Algemeen Dagblad MEDIA

Nog één keer bloeien

Deze week trad Fatal Flowers nog een keer op, precies 12 jaar na het plotselinge einde van het Amsterdamse kwartet. De aanleiding: de lancering van Younger Days - The Definitive Fatal Flowers, met daarop de mooiste songs van een van de beste Nederlandse popbands ooit.

Amsterdam -Het dakterras van Het Blauwe Theehuis in het vondelpark bezwijkt op de gure woensdagavond bijna onder de vrienden, familieleden, collega's, journalisten en fans. Allemaal willen we nog een keertje terug in de tijd, naar de jaren tachtig waarin Fatal Flowers te boek stond als het beste dat de Nederpop te bieden had. Het korte, geimproviseerde optreden in de openlucht is een feest van herkenning. De band heeft nog steeds een mooi geluid en zanger Richard Janssen blijkt nog altijd een enigsinds mysterieuze frontman met een herkenbare stem. Liedjes als Younger Days, How Many Years, Johnny D. Is Back en het minder bekende Billy klinken allerminst gedateerd, in tegenstelling tot veel andere muziek uit de jaren '80. Richard Janssen is nerveus, het publiek enthousiast en het blijft - al scheelt het weinig - droog.
"Ik beschouw dit niet als een echte reunie", vertelt de zanger enkele uren voor het optreden. "Ons werd gevraagd om het uitkomen van de verzamel-cd op te fleuren en daar is dit idee uit voortgekomen. We hebben een keer gerepeteerd, dat was alles."
De ironie wil dat de cd-presentatie luttele dagen na het Haagse Parkpopfestival plaatsvindt. Precies 12 jaar geleden traden de Amsterdammers juist daar voor het laatst op, om een dag later het einde bekend te maken.
Het nieuws zorgde voor een schok in muziekminnend Nederland. De Fatal Flowers? Stoppen? Alom bestond de indruk dat de band aan de vooravond stond van een internationale doorbraak. Hoe kun je op zo'n moment de handdoek in de ring gooien? "Voor de buitenwacht leek het inderdaad alsof er mooie dingen te gebeuren stonden", glimlacht Richard Janssen. "Maar dat was absoluut niet waar. We waren het eeuwige talent, maar het betaalde zich nooit terug. De recensies waren altijd goed en de zalen zaten vol, maar de verkoop van platen bleef daar fors bij achter. In het collectieve geheugen lijkt het wel of de single Younger Days een hit was. In werkelijkheid stond het drie weken in de Top 40 en was 36 de hoogst bereikte positie. Een andere single, Both Ends Burning, haalde de tipparade. Dat was het.
"Onze situatie was uitzichtloos. Naar buiten toe speelden we altijd mooi weer: 'Nee, het gaat geweldig, echt waar'. De realiteit was dat we elk jaar weer een uitkering moesten aanvragen. Eind jaren '80 zijn we van platenmaatschappij veranderd omdat de vorige zijn hele Nederlandse divisie sloot. We hebben in 1990 voor een nieuw label Pleasure Ground gemaakt. Dat was het beoogde breekijzer naar meer succes, maar weer gebeurde er te weinig. Ik realiseerde me dat we niet nog een plaat in ons hadden. Dat bovendien de energie ontbrak om weer al diezelfde zalen langs te gaan en - onvermijdelijk - opnieuw bij de Sociale Dienst aan te kloppen. Ze wilden naar het buitenland. Optreden in Amerika, dat was ons grote doel. Desnoods in een aftands busje. Zelfs daar was geen geld voor. Zoals er nergens ooit geld voor was. Wanneer platenmaatschappijen je binnenhalen, groeien de bomen de hemel in. Luttele weken later zit je weer te stechelen over de kosten van promotieposters."
De zanger vertelt, desondanks, met veel plezier gewerkt te hebben aan het samenstellen van de verzamel-cd Younger Days. Hij kreeg van de platenmaatschappij volledig de vrije hand. Op het eerste schijfje staan alle bekende nummers die de band van 1984 tot 1990 op plaat zette. Op het tweede staan uitsluitend akoestische radiosessie's, met naast eigen werk ook enkele prachtige covers, zoals Heroes van David Bowie en Garden Party van Ricky Nelson.
Dat laatste nummer, over een artiest die zich vervreemd voelt van zijn muzikale verleden en zijn oude imago, moet wel een heel bijzondere betekenis voor Richard Janssen hebben. De zanger knikt instemmend. "Nu nog meer dan destijds. Ricky Nelson zingt over hoe iedereen zijn naam en zijn oude hits kent, maar dat hij vaak niet eens meer wordt herkend. Hij heeft het er ook over dat iedereen alleen zijn oude hits nog maar wil horen. Dat wil ik zelf niet meemaken. De laatste tijd worden we gek gebeld. Of we toch niet een keertje in Paradiso willen optreden? Nee, daarvoor zouden we een maand moeten repeteren. Wie betaalt dat? Ik zie ons ook geen nieuwe plaat maken, ofschoon we nog best iets moois in ons hebben. We zijn alle vier actief gebleven in de muziek. Onze gitarist Robin Berlijn zit bij Ellen ten Damme, bassist Geert de Groot bij Solex en ik heb platen gemaakt met mijn bands Shine en Rex. Maar dan breng je zo'n plaat uit met Fatal Flowers en dan wil het publiek tijdens de daarop volgende tournee toch liever die oude nummers horen, zoals Ricky Nelson zingt in Garden Party. Daar doe ik het dus niet voor. Ik ben nog wel druk bezig. Momenteel repeteer ik met de toneelgroep Amsterdam voor een bewerking van de opera Carmen door Stef Kamil Carlens van Zita Swoon. Hij zou ook meegaan op tournee, maar kon niet. Ik neem nu zijn plaats in. De ambitie om dingen te maken en bezig te zijn is er nog steeds, maar het hoeft niet meer uitsluitend in et kader van een rockband."

bron: Robert Haagsma, Algemeen Dagblad 5 juli 2002

terug naar de media pagina