Noord Hollands Dagblad 18 juli 2002 MEDIA

De eenmalige wederopstanding van Fatal Flowers

'Het verbaast me dat we nog niet vergeten zijn'

Met de release van de dubbel-cd 'Vounger days' en een eenmalig akoestisch concert deed de Amsterdamse gitaarband Fatal Flowers onlangs weer even van zich spreken. De groep die na z'n oprichting in 1984 uitgroeide tot het boegbeeld van de Amsterdamse gitaarrockscene en met 'Younger days' zelfs een bescheiden hitje scoorde, ging al in 1990 ter ziele, maar sindsdien is de naam Fatal Flowers een begrip gebleven.

Het is echter uitgesloten dat de groep ooit weer definitief uit z'n as zal herrijzen, stelt oprichter en zanger Richard Janssen (41). "We hebben allemaal onze eigen bezigheden. Het was gewoon leuk om een cd met een doorsnee van ons repertoire door de jaren heen te maken. Maar daar blijft het bij.”
Het idee voor een overzichtsalbum, kwam van platenmaatschappij Warner en Richard heeft samen met de andere ex-Fatal Flowers met plezier gewerkt aan de samenstelling ervan. Ver volgens was het een bijna logische stap dat hij met drummer Henk Jonkers gitarist Dirk Heuff en bassist Marco Braam nog een keertje live zou laten horen waarom de groep destijds tot de beste Nederlandse gitaarrockers gerekend mocht worden.
"Ik verbaas me er wel eens over dat Fatal Flowers nog steeds niet vergeten is", zegt Janssen. "Want zoveel platen verkochten we niet. Zeker niet als je het vergelijkt met wat groepen als Kane en Di-Rect tegenwoordig wegzetten. Wij moesten bekendheid krijgen door zoveel mogelijk live te spelen. En kennelijk hebben we zo vaak opgetreden dat men ons nog steeds kent."

Muziekcafés
Over Fatal Flowers werd destijds wel eens hoogdravend gesproken als De Amsterdamse School. Janssen: "Maar dat was overdreven. Die zogenaamde School was niets anders dan een groep mensen die in bandjes gingen spelen omdat ze muziekliefhebbers waren. Het waren dezelfde jongens die je ook bij concerten zag. In Amsterdam wemelde het in die tijd van muziekcafé's en als bandje kon je elke dag wel ergens spelen. Alle muzikanten kenden elkaar zo langzamerhand en dan is er al snel sprake van een scène. Ergens in de stad stond een discotheek die zo'n beetje illegaal draaide en dat werd een ontmoetingspunt voor bandjes uit Amsterdam die er een optreden in het land op hadden zitten. Dan rolden ze 's nachts uit de bus en ging het feest in die disco nog even door. Ja, dat was een tijd waarin veel kon in Amsterdam. Als je iets kunstzinnige wilde doen, dan kraakte je gewoon een pand en sleepte je spuiten naar binnen. Wij repeteerden met Fatal Flowers ook in een kraakpand, net als talloze andere bands."
De muziek van al die Amsterdamse groepen liep parallel met die van de bands die in die tijd aan de Amerikaanse westkust opereerden. Want ook bij The Long Ryders, Rain Parade, Green on Red en Dream Syndicate speelde de gitaar de hoofdrol in uiterst simpele liedjes. "Die muziek was een reactie op de ingewikkelde synthesizerpop die aan het begin van de jaren tachtig werd gemaakt", aldus Janssen. "Mensen kregen weer behoefte aan elementaire liedjes."
Richard Janssen heeft met zijn Fatal Flowers in ieder geval de bloeiperiode van het live-circuit meegemaakt. De tijd dat er overal in het land podia waren voor popbands. Wat dat betreft is er in de loop der jaren wel het een en ander veranderd. Janssen: "Mensen willen tegenwoordig nog wel naar live-muziek luisteren, maar dan gaan ze het liefst met de auto naar een stadion als Ahoy. De auto moet vlak naast het stadion geparkeerd worden en dan gaan ze naar binnen om een megaconcert met allemaal toeters en bellen te bekijken. Meteen daarna stappen ze weer in de auto. Dat is de tendens van deze tijd. Als je daar mee bent opgegroeid, is het bijna een teleurstelling als je ergens op een achterafpodium een bandje ziet spelen. Dat is voor moderne jongeren weinig verheffend. Maar als ik eerlijk ben, moet ik erbij zeggen dat het live-circuit voor popbands tegenwoordig ook wel een achtergebleven indruk maakt."
"In de moderne disco om de hoek kun je de meest bizarre cocktails bestellen en ze beschikken er over een waanzinnig goede geluids- en lichtinstallatie en weet ik wat niet allemaal. Een blok verder staat dan het plaatselijke jongerencentrum en daar zijn de muren nog steeds zwart geschilderd en er staan nog steeds drie vrijwilligers achter de bar. En publiek is er niet. Vroeger ging je naar zo'n jongerencentrum omdat je bij een bepaalde cultuur hoorde, maar tegenwoordig is die scheidslijn er niet meer. Jongeren gaan nu uit omdat ze plezier willen hebben. En niet om bij een bepaalde cultuur te horen. Uitgaan moet leuk zijn. Daarom wil de jeugd naar een tent waar alles goed verzorgd is. Jongerencentra moeten eerst eens flink opgeknapt worden, dan krijgen ze misschien weer wat aanloop."

Naïef
Janssen zelf is in ieder geval niet stil blijven staan en heeft na Fatal Flowers als muzikant altijd weten te overleven. "Nou ja, maar wel moeizaam hoor", bekent hij. "En dat geldt ook voor de andere bandleden. We zijn twaalf jaar geleden gestopt, omdat we niet zoveel meer in het verschiet zagen liggen. Als we verder wilden, moesten we naar het buitenland, want in Nederland hadden we ons plafond bereikt. Maar op een internationale doorbraak was weinig kans. En we verkochten te weinig platen om in Nederland een bestaan op te bouwen. Wat dat betreft, liggen de zaken nu heel anders."
"Een band als Kane verkoopt zoveel cd's dat ze van dat geld tenminste iets kunnen doen. Ze kunnen ervan leven en in de studio aan het werk. En ze zijn ook veel zakelijker. Wij waren redelijk naïef, maar Krezip, Kane en Di-Rect zijn vanaf het begin heel bewust met hun muziek bezig geweest, Je kunt het zelfs wel een carrièreplanning noemen. Nee, dan ging het met ons toch anders. Fatal Flowers was aan wel een band die redelijk wat impact had, maar we werden gewoon niet gedraaid op de radio en dus verkochten we weinig platen. Zo simpel lag dat. Niemand van ons had op een gegeven moment nog trek om op die manier verder te modderen. Een nieuwe plaat zou alleen maar een herhalingsoefening zijn geworden. Weer veel optreden om die cd te promoten en er vervolgens niets van verkopen. We vreesden dat we uiteindelijk voor half lege zaten zouden staan en dat wilden we voorkomen.

bron: Noord Hollands Dagblad, Harry de Jong

terug naar de media pagina