Algemeen Dagblad 29 november 1986 MEDIA

De moeilijke weg omhoog van Fatal Flowers

AMSTERDAM - Er zullen altijd popgroepen blijven die zonder veel hulp van buitenaf de weg naar hun publiek vinden. Ook in Nederland. De Amsterdamse formatie Fatal Flowers is daar een voorbeeld van.

Een Grote Prijs, een gemaakt imago of een andere vorm van massa manipulatie, lijkt de groep niet nodig te hebben. De vier leden van Fatal Flowers doen het voorlopig alleen met muziek. Die muziek, vastgelegd op twee platen, de vorig jaar uitgebrachte titelloze mini-elpee en het onlangs verschenen Younger Days, wordt regelmatig ten gehore gebracht op de Nederlandse poppodia.
Fatal Flowers oefent en repeteert in een voormalige inktfabriek in het hartje van de hoofdstad. De vier muzikanten zijn nu midden twintig. Toen de punk hoogtij vierde en met lichte vertraging ook Nederland aandeed, begonnen Dirk Hueff (gitaar), Marco Braam (bas en zang), Henk Jonkers (drums en zang) en Richard Janssen (zang en gitaar) muziek te manken.

"Mijn eerste bandje", vertelt Richard Janssen, "speelde alleen nummers van The Jam, Buzzcocks en The Sex Pistols. Maar de Fatal Flowers hebben niet zoveel meer met punk gemeen. Die muziek blijft je toch wel enigszins bij. Net zoals de muziek die je vroeger thuis op de radio hoorde. "Mijn eerste plaat was Between the buttons van de Rolling Stones. Die heb ik bij mijn ouders uit de kast gehaalt. Dat was de enige popplaat die ze hadden. Die plaat had ik al toen ik acht was. En in het begin alleen maar omdat ik de hoes zo goed vond."

Afgekloven
Fatal Flowers is even goed beÔnvloed door de legendarische muziek uit de jaren zestig als door de eerste punkgeluiden. De groep maakt echter gitaarmuziek met beide benen in het heden. Fatal Flowers klinkt in elk geval niet alsof ze alleen maar enkele afgekloven fenomenen uit de pop historie van zolder haalt.

Maar Fatal Flowers is Nederlands, met alle gevolgen van dien. De groep heeft dan wel een contract bij de grote Amerikaanse platenmaatschappij WEA, maar de mogelijkheden van de vaderlandse vestiging van WEA zijn even beperkt als die van een beginnend klein label in Engeland of Amerika. Een groep als Talk Talk mag een jaar studiotijd opmaken, terwijl Fatal Flowers in tien dagen een elpee moet opnemen.
"Je krijgt zoveel tijd in de studio als je platen verkoopt", zegt Richard Janssen. "De Nederlandse markt is nu eenmaal beperkt. Tegelijkertijd wordt een groep wel op een lijn gezet met buitenlandse groepen die in hetzelfde straatje zitten. Alleen wat ideeŽn betreft gaat een vergelijking op. Geld is echter een grote hindernis voor een Nederlandse groep. En geld wordt in de popmuziek steeds belangrijker.

Luxemburg
"De Scandinavische landen en West-Duitsland spreken internationaal toch een woordje mee. Nederland is gedegradeerd tot de orde van grootte van landen als Zwitserland of Luxemburg. Vreemd genoeg gebruiken buitenlandse bands ons land vaak als springplank voor Europa."
"Het is bepaald niet zo dat Nederland op muzikaal gebied achterloopt. Helemaal niet zelfs. Wij zitten er altijd direkt boven op. Alleen met eigen fabrikaat blijft het aanmodderen. Voor een platenfirma is het vaak moeilijk om er veel geld in te steken, want de kans dat het er weer uitkomt is miniem.
"Ik heb het idee dat de Nederlandse radio wel de gelijk achter loopt. Kijk eens naar een groep als Claw Boys Claw. Die speelt vrijwel altijd voor volle zalen. Die groep heeft ongenadig veel fans. Op dat moment mag je op de radio toch eigenlijk niet genegeerd worden, of ze je nu wel of niet zien zitten.
"Dat is jammer, want als de radio popgroepen steun zou geven, krijg je een veel leuker popklimaat. Dan gaan ook veel meer mensen zich ermee bezig houden.
"Zie de tijd van Gruppo Sportivo en Herman Brood. De leden van alle Nederlandse bands, die de trekkers zijn voor alle kleine zalen, hebben een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Na die groepen komt niets. Herman Brood was voor onze lichting een bron van inspiratie. Blijkbaar werkt dat nu niet meer zo."
In het clubcircuit--het circuit waar zowel Claw Boys Claw als Fatal Flowers het van moeten hebben--is volgens Richard Janssen de verhouding soms een beetje zoek "Dat is zeker het geval wanneer een zaaleigenaar 2000 gulden betaalt voor een groep waar dertig mensen op afkomen", zegt hij.
"Volgens mij kun je dan beter geld besteden aan de zaal zelf. We spelen vaak in zalen waarvan ik me goed kan voorstellen dat de jeugd liever naar de disco gaat. Er speelt dan wel een band, maar daar is dan ook alles mee gezegd."
Zo'n zaal is vaak een kale, lelijke bedoeling, terwijl een groep er voor veel poen speelt. Organiseer dan eens een paar concerten minder per maand en knap die zaal op, zodat het een leuke tent wordt om naar toe te gaan."
Niet alleen op nationaal niveau zijn er zaken mis met het popklimaat. Zanger Richard Janssen maakt een vergelijking met de periode voor de punk: de sterren zijn weer als vanouds onbereikbaar en popmuziek heeft vooral door de invloed van videoclip de schijn van een bedriegelijk sprookje.
"Wanneer je naar de hitparademuziek luistert merk je dat de onpersoonlijkheid terug is", zegt Richard Janssen. "Er zijn in Nederland geen groepen die klinken als Duran Duran. Zelfs als mensen dat geluid zouden willen nabootsen, is het bijna onmogelijk omdat er zoveel miljoenen achter zitten. Je kunt die nummers ook niet naspelen.

Effecten
"Geluiden op platen kun je vaak niet meer thuisbrengen. Gitaarspel kan klinken als dat van Eric Clapton. Maar de geluiden van tegenwoordig? Je moet eerst een apparaat van een paar duizend gulden aanschaffen, wil je ongeveer dezelfde effecten kunnen krijgen.
"Ik denk dat dat de overeenkomst is met de tijd van voor de punk. Op een bepaals moment waren groepen als Supertramp en Yes in hun grootsheid afstandelijk en onbereikbaar. Zij hadden ook heel weinig met het publiek te maken. Ik denk zelfs dat die tijd gunstiger was.
"Genesis en Yes waren geen groepen voor de Top 40, hoe populair ze ook waren. Dat waren elpee groepen. Die heb je tegenwoordig niet meer. Als je nu geen singles maakt, lig je er meteen uit bij een platenfirma.
"Je ziet ook steeds meer bands die helemaal geen bands zijn. Het zijn projecten. Zodra iemand zegt: 'ik heb een project', in plaats van: 'ik heb een groep' moet je uitkijken. Het wordt heel moeilijk voor die nieuwe supergroepen om alles op het podium waar te maken. Het zijn nu eenmaal geen live-groepen. De platen naspelen is het enige wat ze kunnen doen en zelfs dat zal niet meevallen.

"De Rolling Stones, dat waren en zijn nog steeds supersterren, maar ze duiken tijdens een toernee nog altijd kleine clubs in. Nee, de enige nieuwe ster die zoiets doet, is Prince. Ik zie die twee van Tears for Fears nooit van hun leven Paradiso binnenstappen om gewoon wat te gaan spelen"

bron: David Kleijwegt, Algemeen Dagblad 29 november 1986

terug naar de media pagina