Aloha juli 2002 MEDIA

Mooi, stoer, weird, rock & roll!

De live-optredens waren intens, de uitstraling had iets on-Nederlands en zowel qua naam als muziek wisten ze een brug te slaan tussen de onbevangen sixties en hun eigen tijd: de door werkeloosheid en kernwapendreiging versomberde jaren tachtig. Desondanks een terugblik zonder verbittering op zes jaar Fatal Flowers

Heel popmuziekminnend Nederland lijkt het erover eens: Fatal Flowers was de Nederlandse gitaarband van de jaren tachtig. Navraag bij betrokkenen wijst bovendien uit dat het nu al legendarische kwartet uit de Amsterdamse gitaarschool-periode niet alleen een hoge muzikale standaard hanteerde. De compromisloosheid van de onafhankelijk opererende groep met een contract bij een grote platenmaatschappij was uniek voor Nederlandse begrippen. Unieker eigenlijk dan de muziek, die geschoeid was op een leest van Amerikaanse rootsrock en sixtiesmuziek, geinjecteerd met een gezonde dosis Stones- en Velvet Underground-passie.
"Wij vonden het hartstikke leuk om elke dag in de oefenruimte te zitten", kijkt zanger/ gitarist Richard Janssen terug. "En het leven dat daar omheen hing, trok ons gewoon aan. Wij hadden echt geen masterplan of iets dergelijks, maar wij waren wel bereid om letterlijk aales op te geven. De koffers stonden altijd in de gang. Als wij zes maanden naar Amerika hadden moeten gaan, hadden wij de volgende dag op Schiphol gestaan. Wij waren een van de eerste bands in Nederland uit de alternatieve hoek met een professionele werkhouding."

Oprichters Janssen en drummer Henk Jonkers hebben de korte, maar roerige periode (1984-1990) van begin tot einde meegemaakt. Medio 1984 reizen zij af naar Londen om een paar weken audities en oefensessies te organiseren met diverse Engelse songschrijvers en muzikanten. Janssen en Jonkers hebben tot aan dat moment de ritmesectie bij de punk-achtige modgroep Midnight To Six (voorheen The Pilots) gevormd.
"Wij kochten hier in Amsterdam het blad Melody Maker en belden op advertenties, maar na twee weken audities hadden wij nog niet echt een inspirator gevonden die wij helemaal top vonden", vertelt Janssen ontspannen vanuit een cafe bij hem in de Amsterdamse Jordaan.
Bij terugkomst in Amsterdam begint het gedreven tweetal daarom maar lukraak wat te jammen in de oefenruimte met gitarist Erwin Wolters en bassist Marco Braam, beiden van de punkband Awacs. En omdat twee bassisten op een rock & roll-schip overbodig zijn, schakelt Janssen over op gitaar. De eerste bezetting van de Fatal Flowers is geboren.
Het eerste officiele optreden vindt plaats als voorprogramma van de bevriende sixties-revivalband The Other Side in jongerencentrum De Tagrijn in Hilversum. Het is gelijk de eerste en laatste gig met gitarist Erwin Wolters, die voorkeur geeft aan zijn studie. Hij wordt vervangen door Hendrix-adept Dirk Heuff - die later door veel fans op handen gedragen zal worden. Omdat zowel Braam, Janssen als Jonkers liedjes aanleveren is het op dat moment nog onduidelijk wie nu precies de frontman moet worden. Met de komst van Heuff wordt dat probleem opgelost. "Dirk was puur een gitarist", herinnert Janssen zich. "Plotseling stond ik dus in het midden. 'Nou, dan ben jij de zanger', klonk het toen."
Op oudejaarsdag 1984 doet de groep een optreden in Cafe Weltschmerz op de Amsterdamse Lindengracht, een typische jaren tachtig hang-out waar punks, new wavers en andere dolende zielen hun heil in drank en deprimuziek zoeken. Janssen: "Je had in die tijd in Amsterdam heel veel plekken waar je door de week kon spelen. Cafe's als De Pieter, Weltschmerz en Shaffy, waar plotseling een geinteresseerd management voor onze neus stond. Drie maanden later waren wij in Londen al een plaat aan het opnemen. Dat was wel een rare bliksemstart, ja."
Ondertussen beginnen omstanders te merken dat het met de Fatal Flowers menens is. Bassist van het eerste uur Marco Braam (die tegenwoordig docent Engels is op een middelbare school in Hoofddorp) merkt op dat veel collega-muzikanten het destijds volslagen not done vonden dat een band iedere dag van 's ochtends tot 's avonds in de oefenruimte aan het werk was en ook nog eens drie keer per week optrad. Richard Janssen vond dat echter de normaalste zaak van de wereld. "Ik was speciaal van de filmacademie afgegaan om het een keertje helemaal te proberen als muzikant. Toen ik nog op die school zat, stond ik toch ook de hele dag op de set? Wat is het verschil?"

Dromen lijken vervolgens snel werkelijkheid te worden. Het driekoppige management Syndicate Of Melodies neemt de Flowers graag onder zijn hoede en sleept er een platencontrcat uit bij platengigant Warner - destijds WEA geheten. Niet slecht voor een beginnend bandje. Het eerste, gelijknamige mini-album met zes liedjes wordt geproduceerd door Graig Leon (o.a. Blondie, Jeffrey Lee Pierce en The Thought) en dat doet hij in nauwe samenwerking met Luc Suer, een van de twee geluidsmensen van de band. Al snel onstaat er controverse in de vaderlandse pers. Is Fatal Flowers nu de beste band van Nederland of niet?
Janssen: "Geweldig, ja. Ik had zoiets van: hallo? Wij bestaan pas vier maanden!" De eerste langspeelplaat Younger Days verschijnt een jaar later en wordt opgenomen met producer Vic Maile (Motorhead, Dr Feelgood en Screaming Blue Messiahs). Het titelnummer behaalt een bescheiden Top-40 notering en het optreden in VARA's Nachtshow bezorgt de groep landelijke bekendheid.
Het etiket 'sixtiesgroep' is al gauw een feit. Sommigen vinden zelfs dat de oude beat-tijden van Q65 en The Motions herleven, hoewel alle vier de Flowers mentaal en muzikaal vooral zijn opgegroeid in de punktijd. Younger Days mag dan leuke, onbevangen liedjes bevatten, er hangt wel degelijk een donkere sfeer over het album die beter past bij het tijdpark van hoge werkloosheid en kernwapendreiging dan bij de flower power-periode. "In de begintijd klonken wij misschien best depri, maar in het spectrum van de popmuziek van dat moment waren wij waarschijnlijk erg vrolijk", pareert Janssen. "Zoals The Jam inderdaad, die had je ook best een sixtiesband kunnen noemen. Wij werden verder vaak vergeleken met de groepen uit de Paisley Underground-scene uit Californie: The Dream Syndicate, Green On red en The Long Ryders (met wie de Fatal Flowers nogal eens het podium deelden). Het was in ieder geval absoluut geen sixties-revival."
Drummer Henk Jonkers heeft veruit de beste herinneringen aan de beginperiode van de groep. "Dat was de meest onbevangen tijd, ja. Ik draai Younger Days ook nog het liefst. Er staan mooie nummers op. Later hebben wij ook goede dingen gemaakt, maar er werd veel harder op de muziek gewerkt. Aan het einde was de band gewoon opgebrand."
"Het is logisch dat het in het begin altijd het meest romantisch is", vervolgt Janssen. "Alles is dan nieuw. De meeste voetballers herinneren zich ook vooral hun allereerste doelpunt, al is het tegen De Graafschap en hebben zij later doelpunten gescoord in de Europa Cup-finale."
Bassist Marco Braam schijft op de informatieve website dat de gespreksstof tussen de bandleden eigelijk heel snel op was vanwege de hyper-intensieve samenwerking. Zowel Jonkers als Janssen zijn het daarmee niet helemaal eens. Janssen: "In het begin zit je na elke repetitie in de kroeg, maar op een gegeven moment houd je dat niet meer vol. Er komt een ander soort romantiek voor in de plaats."

Een van de romantische jongensdromen die uitkomt voor de Fatal Flowers is de samenwerking met voormalige David Bowie- en Mott The Hoople-gitarist Mick Ronson, die de groep uitnodigt opnamen te komen maken in het beroemde Amerikaanse plaatsje Woodstock in de staat New York. Het resulteert in het indrukwekkende album Johnny D. Is Back!, dat qua songmateriaal waarschijnlijk de meest diepgaande Flowers-plaat is.
Het is een typisch studio-album, compositorischvooral uitgedokterd door het tweetal Jonkers en Janssen, met productionele hulp van de enthousiaste Ronson. Het is de eerste Flowers-plaat waarop bassist Geert de Groot (die Marco Braam na het uitkomen van Younger Days had vervangen) meedoet en de nodige nieuwe muzikale impulsen aan de groep geeft. John Sebastian - vooral bekend van Lovin' Spoonful en zijn hit Welcome Back uit 1976 - woont daar vlak in de buurt en speelt op uitnodiging van Ronson acoustische gitaar en mondharmonica op drie nummers. De in een persoonlijk crisisje verkerende gitarist Dirk Heuff is dit keer minder nauw betrokken.
Janssen: "Johnny D. Is Back! is een rare plaat, maar ik vond dat je beter iets raars kon maken dan een slappe voortzetting van Younger Days, dat een beetje los zand was. Johnny D. is een concept-achtige vertelplaat. Voor een bandje dat net begon was dat best gewaagd. Of je wordt er kotsmisselijk van, of je vindt het te gek. Op dat soort reacties was ik uit. Ik heb achteraf het gevoel dat Johnny D. Is Back! niet altijd begrepen werd. Het titelnummer wordt bijvoorbeeld gezien als een archetypisch Fatal Flowers-nummer, maar voor mij is het juist een knipoog daarnaar. Het is de ouverture van het verhaal, gezongen door een manager die het hele verhaal in een notendop vertelt. Als in een beginscene van een film."

De vele intense live-optredens hebben de Fatal Flowers in korte tijd erg geliefd gemakkt bij het Nederlandse poppubliek. New age-artiest en huidig algemeen directeur van de Hilversumse Wisseloord Studio's Coen Bais was destijds A&R-manager bij WEA en herinnert zich de Flowers- periode nog goed. "De eerste keer dat ik ze zag spelen was ik compleet verkocht. Zij speelden zich volledig leeg. Als ik na afloop een keer in de kleedkamer kwam, lagen zij daar helemaal voor pampus." "Qua uitstraling en mentaliteit was de groep uniek", vult Jeroen van Erp aan. Deze inmiddels geslaagde grafisch ontwerper had de groep samen met Peter Dispa en Jan Knuivers onder zijn hoede bij het eerder genoemde Syndicate Of Melodies-management en ontwierp ook alle Fatal Flowers-hoezen. "Zij waren die muziek en hadden bovendien een gigantische dosis talent. Dat was tegelijk hun kracht en hun zwakte, want de verwachtingen werden overal zo hoog opgeklopt, dat het moeilijk vol te houden was. Daarom vonden die bezettingswisselingen ook plaats. Na Johnny D. Is Back! moest er een overtreffende trap gerealiseerd worden. Maar iemand als Dirk wilde eigenlijk alleen gitaar spelen. Hij had heen puf meer om door te gaan."
"De Fatal Flowers gingen er niet beetje, maar helemaal voor", herinnert ook radio- en tv- presentator Jan Douwe Kroeske zich. Hij had de groep regelmatig te gast in zijn studio voor de opnamen van de beroemde, akoestische 2 Meter Sessies. "Het was toen een beetje mijn bandje. De beste rock & roll-band uit die tijd. Ik was erg gechameerd van de manier waarop zij live speelden. Zij deden alles geheel op overtuiging."
Toch is er tijdens de Woodstock-fase al duidelijk sprake van onevenredig grote druk. Het razende tempo waarin de nog steeds eigengereide band zich ontwikkelt, staat haaks op de heersende algehele malaise in de wereldwijde platenindustrie rond 1987, het jaar waarin het viertal aantreedt op Pinkpop en een Edison in ontvangst neemt. Janssen herinnert zich die uitreiking nog goed: "Wij moesten allemaal op ons 'kruisje' staan, voor de camera-opstelling. Maar ik ben tijdens het zingen gewoon richting presentator Ivo Niehe gewandeld en heb het Edisonbeeldje voor zijn neus weggepakt. Daar gaat mijn uitzending, dacht hij. Iedereen was totaal in paniek. NAVO-voorzitter Joseph Luns was daar ook te gast. Het enige dat hij na ons optreden zei was: 'Het deed pijn aan mijn oren!'."

Als WEA International besluit de Nederlandse artiestenstal uit economische motieven op te doeken, moeten de Fatal Flowers noodgedwongen een stap terug doen. Dirk Heuff verlaat vervolgens de band en Janssen en gevolg gaan op zoek naar een nieuwe gitarist, een nieuw management en een nieuwe platenmaatschappij. En dat terwijl de groep enorm in de lift zit. Janssen: "Ik denk dat dat juist het moment was waarop wij op internationaal doorbreken stonden."
Maar na deze driedubbele bittere pil lijkt het allemaal toch weer goed te komen. Nadat de latere Urban Dance Squad-gitarist René 'Tres Manos' van Barneveld een tijdje als stand-in heeft gefungeerd tijdens verschillende tourtjes, treedt de piepjonge Robin Berlijn tot de groep toe. Dit als groot talent bestempelde jochie van zeventien heeft een coole junkie-look en beschikt over een onversneden rauw rock & roll-geluid. Het management wordt overgenomen door Flying Dutchman van Theo Roos, dat de volgende plaat Pleasure ground financiert. Het album wordt in Zwitserland (opnieuw met Mick Ronson) opgenomen en vervolgens ondergebracht bij Phonogram/Mercury.
Pleasure Ground komt in maart 1990 uit en wordt met unaniem gejuich ontvangen. Het is een keiharde en soms wat kille bandplaat geworden. "Ook Pleasure Ground is een soort conceptalbum", zegt Janssen. "Alleen How Many Years valt er thematisch uit. Het gaat over de stad en de opkomst van de house-feesten en zo. Er zitten veel verwijzingen in naar pillen, drugs en feesten. Het is een rauwe plaat. Een echte groepsplaat, want wij hebben vooraf besloten dat wij de plaat met zijn vieren in de oefenruimte zouden maken en dat al onze namen achter de liedjes zouden komen te staan. Ik had bovendien echt zin om iets hards re maken, na het vetrek van Dirk en al het andere gedoe. Er was in die tijd ook veel harde muziek om ons heen. Je had de Red Hot Chili Peppers en ook de grunge kwam al opzetten."
En toch geeft Janssen in de zomer van 1990 de pijp plotseling aan Maarten. Reden: de koek is op. De beslissing komt totaal onverwacht voor de buitenwacht, omdat de groep volgens velen op het punt van doorbreken staat. Insiders weten echter wel beter. Janssen had bij optredens niet voor niets regelmatig Ricky Nelson's Garden Party gezongen. De cynische tekst luidde: It's allright now / I learned my lesson well / You can't please everyone / So you've got to please yourself. "Het was voor mij best een aansprekende tekst, want ik voelde de split al een beetje aankomen."
Als Janssen zijn rigoureuze besluit kenbaar maakt, reageren zijn makkers Jonkers, Berlijn en De Groot echter gelaten. Niemand haalt het in zijn hoofd een alternatief plan op te werpen. Henk Jonkers: "Het was duidelijk dat niemand er echt zin meer in had."
"Misschien hadden wij zes maanden pauze moeten nemen", mijmert Janssen nog na.

De tijd van het grote napraten begint. Jan Douwe Kroeske ervaarde het verscheiden van de Fatal Flowers als een grote aderlating voor de Nederlandse popmuziek. "De Fatal Flowers werden niet geholpen door het feit dat zij uit Nederland kwamen. Het was voor mij een enorme teleurstelling dat zij ermee stopten. Zij hadden mij voortdurend nieuwsgierig gemaakt. Ik vond het muzikaal vooral speciaal dat een band met een rockbenadering zo'n type zanger had. Een zanger die met enorm veel vuur kon zingen, maar ook bijna Bryan Ferry-achtige slomo-muziek kon maken. En hun keuze voor covers was altijd heel onverwacht. De Fatal Flowers waren een anker. Zij hebben de toon gezet voor veel Nederlandse bands daarna. In stilte hoopte ik dat de Nederlandse popmuziek er met hen een nieuwe loot bij zou krijgen. Gelukkig is dat later goed gekomen met Urban Dance Squad, want die waren qua attitude en business approach eigenlijk een verlengstuk van de Fatal Flowers."
Over het imago van de band is veel gesproken. Live gaven de Flowers steevast vol gas, maar als erg extravert en publieksvriendelijk stonden de vier niet bekend. Janssen: "Er hing een raar soort introvert sfeertje om ons heen. Wij werden als 'mooie jongensband' gezien, maar er kwamen zelden meisjes backstage. De meesten durfden het gewoon niet. Zij vonden ons weird en onbenaderbaar en dachten misschien wel dat wij zwaar aan de drugs waren. Soms was het één grote schreeuwende bende in de zaal, terwijl wij met zijn vieren stilletjes in de kleedkamer zaten. Ook in kroegen werd ik zelden of nooit aangesproken. Ik denk dat ik toen inderdaad een beetje contactgestoord was. Daarna, tijdens mijn periode met Shine (Janssen's volgende band), is datbij mij heel erg veranderd."
Kroeske: "Janssen is een zéér aantrekkelijke man. Nog steeds. Hij lijkt onbereikbaar voor de hele wereld, maar is echt heel zachtaardig. Hij denkt veel na en is geen platte rockster. Voor dat soort mensen neem ik altijd mijn petje af. Ook Robin Berlijn paste in hun rock & roll-imago. De groep bestond uit vier totaal verschillende persoonlijkheden en vormde zo een goed plaatje voor de televisiekijker. De laatste keer dat ik ze in de kleedkamer zag, was het erg stil. Henk Jonkers en Richard Janssen warem ogenschijnlijk maatjes, maar er was veel stront binnen de band. Veel gedoe, maar het ging eigenlijk nergens over."
Het stoere imago van de band had zijn schaduwkanten, vindt Janssen. "Je moet tijdens een concert gewoon uitstralen dat je de beste bent, maar in Nederland wordt dat al snel als arrogant ervaren. Het stigma van stoere rock & roll-band dat wij opgelegd kregen ging mij steeds meer irriteren. Het was niet dat alléen. Wij hadden ook nummers als There Were Times, een van de meest geslaagde dingen die wij ooit hebben opgenomen."

Rest de vraag of het voortijdig verscheiden van de groep nu vooral aan een gebrek aan doorzettingsvermogen of aan het falen van de muziekindustrie ten grondslag ligt. Janssen reageert laconiek. "In de platenindustrie is het eerst allemaal hosanna, maar als je vraagt om een vierkleuren-poster is het alweer te duur. In het allereerste gesprek met Phonogram heb ik duidelijk gezegd dat wij met Pleasure Ground niet de intentie hadden om in het Nederlandse clubcircuit te blijven ronddraaien. Wij wilden verder. Naar het buitenland. En anders hoefde het voor ons niet meer, heb ik gezegd. Op een gegeven moment begon Phonogram bij ons te informeren of wj al nieuwe demo's aan het maken waren. In platenmaatschappij-termen betekent dat dat de promotie voor de huidige plaat stopt. Dan sijpelt de twijfel wel binnen, ja. Toen ik er dus mee stopte, zei men dat ik gek geworden was, blablabla. Maar ik had het van tevoren exact zo gezegd. Ik had niet staan bluffen! Bij buitenlandse optredens op festivals speelden wij de andere bands meestal van het podium. Die bands gingen na afloop de luxe sleeping coach in, op weg naar de volgende studio, terwijl wij weer in onze krakkemikkige Mercedes terug naar huis reden. Wij voelden ons niet thuis bij Phonogram. Achteraf bekeken heeft de breuk met WEA na Johnny D. ons wel opgebroken, denk ik. Via hen hadden wij hele goede contacten in Amerka."
Ook toenmalige A&R-manager Bais schrok van de bijna mensonterende omstandigheden waarin de Fatal Flowers moesten touren. "Zij waren echt rock & roll, hoor. Ik kwam een keer kijken bij een optreden in Zweden. In de kleedkamer van een ongelofelijk gruizig clubje zaten zij kunstmatige macaroni te eten. Niet eens met tomatenpuree, maar met zo'n rode kleurstof. Zelf had ik een reisbudget van de platenmaatschappij. Ik zat in een vier sterrenhotel. Ik vond het zo erg dat ik ze uit eigen zak geld heb gegeven om eten te kopen en een fles whiskey. Uiteindelijk hebben ze er alleen whiskey voor gekocht, maar ja..."
Manager Jeroen van Erp: "Het was echt ongelooflijk bikkelen. Wij moesten de eindjes aan elkaar knopen. Wij hadden een budget-tekort voor de opnamen voor Johnny D. Is Back!. Ik heb toen tegen Warner gezegd dat ik voor de hoesfoto wilde werken met de Amerikaanse fotograaf Winston Harry. Het kostte wel een paar centen, maar dan heb je ook wat, zei ik. Vervolgens zijn we naar een klein theatertje in Noordwijk gereden en hebben wij Jan Smit (Amsterdamse singer-songwriter) op het podium gezet. Richard en ik zijn snel wat foto's gaan maken en zo hadden wij de hoes klaar. Het geld dat zogenaamd bedoeld was voor die Amerikaanse fotograaf hebben wij toen opgemaakt aan de opnamen. De platenmaatschappij is daar nooit achter gekomen, maar nu mogen zij dat wel weten.
"Het was op dat moment trouwens niet cool voor een independent-groep om nij een major te tekenen. Wij hebben in het begin daarom een groot marketingplan bedacht, waarbij wij de plaat Younger Days onafhankelijk zouden distribueren en promoten. Met een independent-mentaliteit, maar met de middelen van een major. Marco Braam is bijvoorbeeld nog op zijn fietsje met een plaat naar journalist Jan Vollaard gereden. Binnen eeen maand hadden wij een berg publiciteit."

Richard Janssen toont geen sporen van verbittering, zo lijkt het. "Iedereen vraagt altijd waarom het is misgegaan. Hoezo? Wij hebben in zes jaar tijd drie goede platen gemaakt en we gaven uitverkochte concerten."
Hadden de Fatal Flowers misschien de pech dat zij de goede band op het verkeerde moment waren? Janssen relativeert: "In deze tijd hadden wij de Fatal Flowers misschien nooit op kunnen zetten. In de jaren tachtig kraakte je een huis en je ging wat doen. Nu is die romantiek verdwenen."
Over een eventuele heroprichting is hij pessimistisch. En ook een reunieoptreden zit er hoogstwaarschijnlijk niet in, zelfs niet nu er sinds deze maand een prachtige verzamel-cd in de winkel ligt waarop buiten de hoogtepunten van zes jaar Fatal Flowers ook een aantal niet eerder uitgebrachte (live-)opnamen staan. "In de tijd dat wij vier keer in de week repeteerden hadden wij een bepaald niveau. Aan de akoestische opnamen die nu op deze dubbel-cd kome te staan, hoor je dat wij toen heel goed ingespeeld waren. Dat is de charme van een echte band. Dat niveau kun je nooit meer terughalen met twee weken repeteren."

bron: Rick Treffers, Aloha juli 2002

terug naar de media pagina