Johnny D. Is Back! DISCOGRAFIE

recensie's

Fatal Flowers

Het wordt steeds leuker in Amsterdam. Naast l'Attentat, Claw Boys Claw, The Plastic Dolls, Blue Murder en ga zo maar door, schittert er weer een nieuwe ster aan het hoofdstedelijke firmament der muzikalen: Fatal Flowers is de naam.
Na een relatief korte aanloop van levendige optredens werd nu al de sprong naar de platenmarkt gewaagd. Middels een door Craig Leon geproduceerde en overtuigd klinkende mini-eipee tonen deze vier heren zes songs die hun voedingsbodem in het Amerika van de zestiger jaren vonden, zonder eigenlijk veel met garagerock of countrypunk van doen te hebben. De eigen composities op Fatal Flowers (idem) worden voornamelijk bepaald door de aanstekelijke zangpartijen die, onderbouwd met stevige ritmes en de ietwat slome gitaarsolo's van Dirk van de Heuff, van die lekkere echte songs vormen. Dit wil overigens niet zeggen dat alle nummers van dit debuut van een ongekend niveau zouden zijn, want de toekomstige single Cryin' Over Sin staat wat dat betreft toch op eenzame hoogte. Evenals het wat ruigere We Thought Thev Loved You benadert dit nummer met zijn uitgebalanceerde afwisseling en zorgvuldig gedoseerde climaxen nog het meest de intensiteit die Fatal Flowers tijdens optredens aan de dag legt en waarin meer vrijheid, zweet en motivatie doorklinkt dan op het zwarte keurslijf van het vinyl.

Bron : Vinyl 1985, Lotje IJzermans


Fatal Flowers – Fatal Flowers

Krap een half jaar na oprichting zijn de Amsterdamse Fatal Flowers erin geslaagd om hun boeket van stijlbloemen uit de jaren zestig te doen ontluiken. Onder de hoede van het melodieën- syndicaat van The Thought werd dit mini-debuut in Engeland opgenomen met een Amerikaanse producer, Craig Leon. Dat Fatal Flowers van internationale klasse getuigt is echter in de eerste plaats aan de groep zelf te danken. De sixties voeren de boventoon in vijf melodieuze liedjes en één instrumentale Rip Off, ergens tussen Pipeline en Link Wray's Rumble in, maar van een doorgevoerd epigonisme is geen sprake. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het prijsnummer Crying Over Sin, dat begint als een subtiel gejatte variatie op New Age van The Velvet Underground, geen onbekenden in het FF-kamp, en vervolgens vloeiend overgaat in een aanstekelijk Brits beat-refrein. De Stones, Johnny Thunders, een vleugje Westcoast-psychedelica; allerlei invloeden zijn op de plaat terug te vinden en de Fatal Flowers spelen alsof ze nooit anders gedaan hebben. Weg met grensverleggende popmuziek; nu het weer modern is om ouderwets te klinken kunnen de Fatal Flowers meekomen met de Amerikaanse sixties-boom. De single Billy is een hit, en de F in de groepsnaam staat gegarandeerd voor fun.

Bron : Jan Vollaard, Oor 1985


Fatal Flowers: Neerlands Hoop?

Professioneler in alle opzichten is de debuutplaat van de Fatal Flowers, maar die is dan ook bij de multinational Warner Brothers uitgebracht. Afgelopen voorjaar bestormden de vier Flowers de Nederlandse poppodia met opwindende, op de jaren zestig gebaseerde rock. De concerten werden opgesierd met covers van oude Byrds- en Velvet Underground- nummers. Nu is er dan het minialbum Fatal Flowers, waarmee de groep bewijst ook zelf genoeg pakkende nummers te kunnen schrijven. Vijf songs 'met kop en staart' en lekker meezingbare refreinen, en één instrumentaaltje. Geen gegoochel met elektronica of hersenspoelende discoklappen, maar gitaar, bas, drums, stemmen en vooral, melodieën. Het prachtige Crying over Sin behoort - het hoge woord moet er maar eens uit - tot het beste wat ooit door een Nederlandse popgroep geschreven en op de plaat gezet is. Wat mij betreft staat het op éën lijn met Shocking Blue's Venus, de Hunters 'Russian Spy and I, Focus' Hocus Pocus en Supersister's Radio. Een melodie waarbij de rillingen over je rug lopen. Gitarist Richard Janssen laat halverwege het nummer boren hoe fraai een minimale gitaarsolo kan zijn. Het nummer Fatal Flower doet je zowaar terug verlangen naar de tijd van 'Let's go to San Francisco'. De overige songs halen dat niveau niet, maar steken nog altijd ver uit boven pakweg de gemiddelde songfestivalwinnaar. Het zou trouwens niet eens zo'n gek idee zijn dit jonge Nederlandse kwartet daarheen af te vaardigen. Een eigentijds sprookje: Fatal Flowers als Assepoester in het klatergoud-Walhalla van de amusementsindustrie.

Bron : Peter Bruyn, HN 24 augustus 1985


In de hoogdagen van de punk, anno 1977-1978, had Nederland geen eigen antwoord op de Britse invasie. Er ontstonden wel veel groepjes, maar tastbare muzikale argumenten werden er niet geuit. Tien jaar later zijn die er wel. Niet dat het zo'n vaart loopt zoals de Nederlanders het zelf graag voorstellen - een tweede wereldinvasie na de generatie Shocking Blue, Golden Earring en Focus lijkt niet te verwachten - maar bij het horen van Claw Boys Claw en L'Attentat moet je niet per sé wegvluchten naar het sanitair. Hetzelfde, geldt, misschien in iets mindere mate, voor Fatal Flowers en Blue Murder. Fatal Flowers werden door de keuzeheren van de gebroeders Warner geschikt bevonden om met een dure Engelse producer, Leon Craig die eerder al The Ramones en Jeffrey Lee Pierce - onder de arm nam, een mini- album op te nemen in Londen. “Fatal Flowers” bevat zes eigen nummers die alle gedomineerd worden door een heldere gitaarklank. Wijlen The Byrds zijn duidelijk de grote voorbeelden van de Amsterdammers en hun poging om die terug tot leven te wekken, klinkt niet slechter dan die van de Amerikaanse Byrds epigonen The Long Ryders. Van de songs overtuigen “Crying over sin” en het van een goede tekst voorziene titelnummer “Fatal Flower” het meest.

Bron : Gazet van Antwerpen 31 mei 1986

terug naar de discografie pagina