Music Maker juli 1988 MEDIA

Fatal Flowers

Mede door een enthousiaste recensie in Amerika's belangrijkste popblad Rolling Stone bleek platenmaatschappij WEA bereid om voor de nieuwe Fatal Flowers-lp een fatsoenlijk budget ter beschikking te stellen. Daardoor kon een hartewens van de groep in vervulling gaan: een plaat opnemen in de VS met ex-Bowie gitarist Mick Ronson als producer. Het uiterst aangenaam klinkende resultaat ligt sinds enkele weken in de winkels en een uitgebreide promotietoernee is inmiddels van start gegaan. Hoog tijd dus om Fatal flowers en producer Mick Ronson uitgebreid aan het woord te laten.

AUDITIES

Ruim een jaar geleden sierden Fatal Flowers onze voorpagina. Het waren roerige tijden voor de Amsterdammers. Hun snelle doorbraak wekte nogal de nieuwsgierigheid van de popcritici die zich massaal op de groep wierpen. Resultaat was een weinig ter zake doende discussie of de groep al dan niet de beste band van Nederland was. Roerige tijden ook, omdat bassist/mede-oprichter Marco Braam net om persoonlijke redenen de band verlaten had. Reden om het gesprek met Richard Janssen (zang/gitaar), Henk Jonkers (drums) en de nieuwe bassist Geert de Groot daar te laten beginnen.

Jullie hebben destijds voor een nieuwe bassist half Amsterdam op auditie gehad, geloof ik.
Richard: "Nou, eerst niet. We hadden een advertentie gezet met de tekst 'Amsterdamse band zoekt met spoed bassist met veel tijd. Muzikale invloeden variërend van Rolling Stones tot Dream Syndicate', maar daar kregen we maar twee reacties op. Een jongen schrok zich lam toen hij in de oefenruimte kwam en zag dat wij het waren, want hij was een echte fan. Toen bleek dat hij niet zo'n goeie bassist was hebben we toch maar een advertentie gezet met 'Fatal Flowers zoeken een bassist' en daar kregen we 60, 70 reacties op uit het hele land. Het gros van de mensen blijkt dan toch niet geïnteresseerd te zijn in de muziek die je maakt, maar alleen in hoeveel werk je hebt en wat het betaalt. Dat zochten we dus duidelijk niet, dus aan de telefoon vielen er al veel af. Toch hebben we er nog een stuk of dertig op auditie laten komen. Geert was daarvan de allereerste die langskwam, op maandagochtend. Met hem hebben we toen maar twintig minuten gespeeld. Een week en dertig bassisten later hebben we hem gebeld en nog een keer gespeeld en was de zaak snel beklonken."

Geert, hoe was dat om auditie te doen?
Geert: "Ik had nog nooit auditie voor iets gedaan, ik dacht: ik ga gewoon maar eens kijken, dus voor die eerste auditie was ik niet zenuwachtig. Voor die tweede was ik toen wel shaky. Ik had daarvoor eigenlijk nooit in een popband gespeeld, maar tijdens die audities klikte het meteen. Fatal Flowers kende ik alleen maar van de radio van het hitje 'Younger days', maar ik bleek wel min of meer dezelfde roots te hebben: Aerosmith, Rolling Stones, Led Zeppelin. En bovendien heb ik nog een tijd basles gehad van Freddie Cavali." (Gitarist Dirk Heuff heeft een tijdlang gitaarles gehad van een andere Brood-coryfee, Ferdy Karmelk, red.)

Voor jou was het dan meteen in het diepe, want Fatal Flowers speelden veel en voor behoorlijk volle zalen.
Geert: "Voordat ik bij de Flowers kwam was ik al gewend me bezig te houden met de andere facetten van muziek maken, hoe het eruit ziet bijvoorbeeld. Daar heb ik wel wat aan gehad. Toch stond ik erbij de eerste paar optredens als een hark bij en was ik al blij als ik m'n partijen foutloos kon spelen. Toen ik dat eenmaal onder de knie had ben ik gaan kijken welke ruimte ik had om me te bewegen. Dat duurde wel een tijdje, maar omdat die optredens zo kort achter elkaar zaten leerde ik snel."

Wat is eigenlijk de rol van toetsenist Cor Willemse. die sinds de lp 'Younger days' ook live meedoet?
Richard: "Fatal Flowers is een viermans-band, dat is een vast gegeven, dus is Cor geen vast groepslid. Hij schrijft ook niet mee aan de nummers, maar hij helpt wel met het arrangeren en repeteert gewoon met ons mee. Daar hebben wij vrede mee en hij ook."

'NU OF NOOIT' HOUDING

Jullie zijn de afgelopen jaren een dankbaar onderwerp voor popjournalisten geweest. Hoe komt dat?
Richard: "Ik denk omdat we in een heleboel dingen afwijken van de bestaande normen, vooral op organisatorisch gebied. We vormen een nogal gesloten gemeenschap, dat wekt blijkbaar nieuwsgierigheid op. Sommige mensen hebben het idee dat er in onze oefenruimte vijfjaren-plannen hangen. Dat soort waanideeën bestaan echt. Men vraagt zich af hoe het nou kan dat zo'n bandje uit Amsterdam plotseling in Amerika zit. Ook interessant voor journalisten is natuurlijk het feit dat we eigenlijk de eerste band uit de independent-scene zijn die het zover geschopt heeft. Maar toen we vier jaar geleden begonnen kenden we geen enkele journalist."

Toch zijn jullie vrij snel doorgebroken. Hoe is dat gegaan?
Henk: "Toen we een paar weken bezig waren hebben we met een portastudio en een mengtafeltje een demo gemaakt om wat optredens te versieren. Die hebben we onder andere aan de eigenaar van Café De Pieter in Amsterdam gegeven. Die vond ons heel goed en gaf het bandje door aan iemand van de VPRO. Zo stonden we de week daarop al in de Wilde Wereld. We bestonden eigenlijk nog nauwelijks."
Richard: "Het is natuurlijk wel prettig als je als band in het begin al een push krijgt, maar daarna moet je het wel vol houden en dat is wat juist zo moeilijk is. Het is niet zo'n probleem om als beginnende band een beetje aandacht te krijgen, maar wel om dat vast te blijven houden omdat er geen industrie achter zit die dat kan ondersteunen. Als je in Engeland één keer op de voorkant van de NME hebt gestaan heb je meteen een contract, maar als je hier een keer gepushed wordt door de Wilde Wereld is er niemand die daarop inhaakt en moet je het gewoon weer zelf doen."

Jullie hebben toch altijd veel kunnen optreden.
Richard: "We hebben het gewoon op de ouderwetse manier gedaan: veel spelen en mond-op-mond-reclame, vooral door zaaleigenaren. De eerste tijd stuurden we niet eens demo's."

In die tijd schoven jullie ook alles al opzij voor de muziek, een soort 'nu of nooit'-houding.
Geert: "Dat is ook heel belangrijk. Eigenlijk is dat waar mensen naar komen kijken. Je wilt laten zien waar je goed in bent en dat is in ons geval muziek maken. Ik heb door de jaren heen al die andere dingen uitgesloten en niks anders aangepakt, alleen die muziek. Van een computer begrijp ik bijvoorbeeld helemaal niks."
Richard: "Wanneer je met zo'n mentaliteit begint en je hebt nog geen plaat uit, dan is er alleen dat ene uurtje per week op het podium waarin je kunt laten zien wat je bedoelt. Dus dan is het ook nu of nooit."

EIGEN STUDIO

Jullie hebben een eigen studio in de oefen-ruimte gebouwd.
Richard: "We hebben telkens het geld dat we overhielden met de band daarin gestopt. De advertenties achterin Music Maker waren altijd een rijke bron van instrumentarium. We hebben veel tweedehands gekocht en zo is de oefenruimte langzaam uitgebouwd tot een bescheiden 8 sporen-studio. Dat werkt heel prettig. Wanneer je aan het repeteren bent klinkt het al gauw goed door het behoorlijke volume. Maar als je het dan gaat afluisteren dan hoor je vaak dat dingen veel simpeler kunnen."
Henk: "Bovendien krijg je veel meer inzicht in het opnameproces. Hoe vaak maak je niet mee dat een technicus zegt: 'sorry, ik kan maar één koptelefoonmix maken'. Nu weten we dat het maar een kleine moeite is om er drie te maken."

Inmiddels is jullie oefenruimte onder de naam DDL-studio (afkorting voor De Domme Lul) ook nog eens uitgegroeid tot één van dé independent-studio’s van Nederland. Voor de Thuiswerk- en Onafhankelijken-pagina’s krijgen we erg veel demo’s en platen opgestuurd die daar zijn opgenomen.
Richard: "Het is gewoon maar onze oefenruimte en er staan totaal geen high-tech spullen, maar we hebben er twee goeie technici werken: Martin Cramer en Luc Sur. Dat zijn jongens die al jaren meedraaien en altijd vanuit de muzikant denken. Ik denk dat een hoop bands ook op de sfeer daar afkomen. De studio is niet opgezet om er zoveel mogelijk geld uit te halen. Het is onze oefenruimte en wanneer we die niet gebruiken wordt hij als studio verhuurd. Martin en Luc nemen ook alleen maar dingen op die ze leuk vinden. Maar het viel me wel op hoeveel behoefte er blijkt te zijn aan een simpel 8-sporen studiotje waar je gewoon demo's op kunt nemen. Dat blijkt toch behoorlijk goed te kunnen lopen.

MICK RONSON

Toen 'Younger days' een succes bleek te zijn moesten jullie beginnen te componeren voor de nieuwe lp. Gaf dat een extra druk?
Richard: "Nee, want componeren kun je toch niet dwingen. Dat komt of dat komt niet. Bovendien gaan we eigenlijk continu door met schrijven van stukjes. Alleen op een bepaald moment maken we het af."

Wanneer is het idee gegroeid om van de plaat een doorlopend verhaal te maken?
Richard: "Na een nummer of vier, vijf. Op een gegeven moment merkten we dat het er onbewust was ingeslopen. Als je dat eenmaal hebt, stimuleert dat wel bij het schrijven. Je schrijft dingen die je anders misschien niet geschreven zou hebben. Het is overigens geen echt doorlopend verhaal of een concept. Ik heb een aantal situatieschetsen aan één verzonnen hoofdpersoon Johnny D. opgehangen"

'Ziggy Stardust' van David Bowie is ook zo’n plaat. Hoe reageerde Mick Ronson daarop?
Richard: "Ja, dat was wel een aardige samenloop van omstandigheden. Hij heeft de teksten gelezen toen ik hem vroeg of hij het Engels wou controleren. Hij zag het wel zitten, zei hij."

Waarom hebben jullie Mick Ronson als producer gevraagd?
Henk: "Mick Ronson was voor mij een held van vroeger. Hij heeft aan de beste platen van Bowie en Lou Reed meegewerkt en hij is een muzikant. Dat is veel prettiger dan iemand die technisch producer is en alleen maar weet hoe een mengtafel werkt. Bovendien is Mick wat ze in Amerika een songproducer noemen: in al die bands waar hij vroeger in heeft gespeeld heeft hij altijd de songs gearrangeerd. En wat ook belangrijk is: hij weet hoe je een harde gitaarband op moet nemen."
Richard: "De meeste Engelse en Amerikaanse producers zoals hij zijn enorm gespecialiseerd en hebben veel meer ervaring dan hun Nederlandse collega's. Er zijn in Nederland best mensen die technische kwaliteiten hebben, maar er zijn er maar weinig die kunnen zeggen dat ze met Bowie, Lou Reed in de studio gezeten hebben en dat ze al 20 jaar in een band spelen. Nou is Mick Ronson misschien wel een extreem voorbeeld, maar mensen als Vic Maile zijn ooit begonnen als tape-operator in een beroemde studio, zijn langzaam opgeklommen tot producer en hebben in die tijd al die grote namen aan zich voorbij zien komen. Dat soort ervaringen zijn heel belangrijk voor een producer."

Op een gegeven moment deed het gerucht de ronde dat John Hiatt jullie zou gaan produceren.
Henk: "Dat was een idee van Atlantic in Amerika. John Hiatt heeft een tape met de nummers gehad maar hij had nauwelijks tijd want hij moest op toernee om z’n plaat te promoten. Dat zou dan betekenen dat we met een technicus op zouden nemen en dat hij af en toe langs zou komen. Bovendien zou het zijn eerste productieklus zijn. 't Was een vaag verhaal, maar dan vangt iemand dat hier op en komt het meteen op de radio."

Wat was de rol van Mick Ronson tijdens de voorbereidingen en de opnamen?
Richard: "Veel nummers zijn wel ongeveer gebleven zoals ze in de ruwe vorm waren, maar bij een paar zei hij dat het net niet uitgesproken genoeg was. Hij probeert dan in de muziek een beetje de extremen naar boven te halen. Als je in een band zit probeer je toch vaak dingen weg te moffelen. Je zegt al gauw: 'dat loopje doen we mooi achterin de mix met een galmpje erop'. Mick Ronson zegt dan: 'dat is een loopje en dat zul je horen ook.' en dan gaat het knal hard voorin de mix. Zo hebben we 'There were times' op zijn aangeven een stuk uitgesprokener gemaakt. We zijn het refrein gaan moduleren en toen kwam hij met een karakteristiek loopje en daarmee zijn we aan de slag gegaan. Hij stimuleert dat en geeft aan hoe extreem je kunt worden. Op een gegeven moment denk je dan: het is zwaar aangezet, maar beter dat het duidelijk en extreem is dan halfzacht. Zijn favoriete manier van werken is op die manier samen dingen uitvogelen. En doordat we nu meer tijd hadden dan bij de vorige lp zijn we veel meer aan leuke dingen toegekomen en dat kun je horen. De plaat is veel meer dan alleen een registratie."

Jullie hebben ook een aantal sessie muzikanten gebruikt.
Henk: "Ja, onder anderen John Sebastian van de Lovin' Spoonfull. Hij speelt mondharmonica in een paar nummers. Mick belde hem gewoon op of hij zin had om op een plaat mee te doen en even later stond hij voor de deur. De zangeres die alle koortjes gedaan heeft heet Ann Lange. Ze heeft vroeger bij Joe Cocker gezongen en is nu huisvrouw in Woodstock. Ze vond het heel leuk om mee te doen en dat kun je horen ook."

BUITENLANDSE STUDIO'S

Jullie hebben je eigen platen ook altijd in het buitenland opgenomen. Waarom?
Henk: " Bij die mini-lp is het bij toeval zo gegaan. Daarna bleek het altijd mogelijk om het in het buitenland te doen. Ik vind het wel zo prettig want je zit dan in een totaal andere omgeving. Je hebt geen andere dingen aan je hoofd dan opnemen.

Maar is dat in bijvoorbeeld Groningen ook niet zo?
Richard: "Als wij met Mick Ronson in Groningen hadden opgenomen, dan was er toch wel behoorlijk vaak bezoek en telefoon geweest. Je moet gewoon weg zijn van wat met je dagelijks leven te maken heeft om je op het opnemen van de plaat te kunnen concentreren."

Hoe zag de studio eruit waarin jullie de nieuwe lp 'Johnny D. is back!' hebben opgenomen?
Henk: "De Nevessa-studio is het vroegere huis van technicus Chris Andersen, de man die veel platen van Todd Rundgren opnam. Een grote hoge woonkamer is de opnameruimte, de overdekte veranda is de controleruimte en de Lesliebox staat in de slaapkamer. Er stond een Tannoy-afluistering een Stephans of Stevans 24-sporenrecorder en een vrij simpele tafel, die hij automatiseerde met een Atari computer. Het was een heel bescheiden studio, zeker geen super-Wisseloord met bubbelbaden, sauna's en dat soort dingen. Dat hoeft ook helemaal niet, als de sfeer maar goed is."
Richard: "Ik denk dat je het kunt vergelijken met Zeezicht, iets kleiner zelfs nog. Het was er relaxed werken. Mick Ronson's dochter liep gewoon door de studio en zo. Er hing een zeer los sfeertje."

Hadden jullie je eigen instrumenten meegenomen?
Richard: "Ik had m'n Telecaster bij me, Geert z’n Jazz Bass en Dirk z'n Stratocaster, maar hij heeft vooral op de Gibson Les Paul en de Telecaster van Mick Ronson gespeeld. Voor de gitaarversterking stond er een Music Man en verder nog wat losse kasten. Een basversterker stond er niet: Geert heeft alleen maar over de DI gespeeld. Voor Cor Willemse stond er een Hammond B3. De Steinway piano is in een andere studio opgenomen.
Henk: "Mick had mij beloofd dat er een Gretsch, een Ludwig en een Majestic set zouden staan. Toen we daar kwamen stond er alleen een Pearl, maar wel een goede. Er zaten van die witte jazz-vellen op. Die gebruik ik normaal nooit, maar die klinken wel lekker helder. Verder hebben we de drums soms met wat samples aangedikt."

Hoe hebben jullie de basis opgenomen?
Henk: "Vrij snel. Mick vindt het opnemen van de basis vrij saai werk. Hij laat je ook niet met een clicktrack opnemen. Ik dacht bij sommige nummers: een clicktrack is hier een makkelijke oplossing, want dan is het tenminste strak. Maar dan probeerde ik het een keer en dan zei hij: 'dat is niks, dat ben jij niet meer'. Het resultaat is niet superstrak, maar er is niemand die zich daar aan stoort. Waar we bijvoorbeeld weer wel goed op gelet hebben is de bass-drum in de ballade 'There were times'. Die hebben we in de grondtoon (E) gestemd omdat hij de hele tijd met de bas meegaat."

Hebben jullie voor 'Moving Target' een phaser gebruikt?
Richard: "Nee, dat zijn twee wah wah-gitaren die maar één noot spelen. Een daarvan is helemaal achter op de kam gespeeld en wordt niet aangeslagen, maar meer met het plectrum geveegd. Daardoor krijg je veel boventonen en lijkt het op een phaser. We hadden eigenlijk eerst een mondharp in gedachten, maar dit is eigenlijk wel zo leuk."

De plaat heeft een beetje een seventies-sound gekregen.
Henk: "Het is vrij natuurgetrouw opgenomen, er is geen hypermodern drumgeluid aan te pas gekomen en geen vette synthesizers."
Geert: "De prioriteit bij de opname van de partijen lag bij de juiste intentie en niet of het superstrak was. Dat is misschien wel seventies."
Richard: "Vorig jaar waren we een sixties-band. We dachten: er moet wel een beetje progressie inzitten!"

AND THEN THERE WERE THREE

Zoals uit de bijgaande foto al blijkt, bestaat Fatal Flowers op dit moment nog maar uit drie personen. Bij het ter perse gaan van dit nummer werd bekend dat sologitarist Dirk Heuff de hand definitief heeft verlaten. Manager Jan Knuivers: "De persoonlijke omgang tussen Dirk en de andere bandleden verliep al geruime tijd minder succesvol dan de muzikale samenwerking. Na het eerste optreden van de promotietour (in het Utrechtse jongerencentrum Tivoli, JvdP) is de knoop doorgehakt en werd onderling besloten dat Dirk de band zou verlaten. Voor de rest van de tournee is inmiddels een tijdelijke vervanger aangetrokken. Hij heet René van Barneveld en speelde hiervoor in Gaga en de Urban Dance Squad."

Bron: Music Maker, Jan van der Plas

terug naar de media pagina