Music Maker juni 1997 MEDIA

Een echte bandjesstudio

Je koopt als band apparatuur om repetities vast te leggen. Na verloop van tijd vragen bevriende groepen of ze ook eens bij jou mogen opnemen. Dat is het verhaal van DDL, inmiddels een van Amsterdams populairste budgetstudio’s.

De link is Fatal Flowers. Richard Janssen was zanger/gitarist van die band. Later was hij actief in Shine en nu timmert hij solo aan de weg onder de naam Rex. Henk Jonkers drumde bij de Flowers en maakte vervolgens naam als producer van Hallo Venray, Daryll-Ann en Claw Boys Claw. Martin Cramer was de monitormixer bij diezelfde Fatal Flowers en kan als producer bogen op onder meer de succesplaat van de Treble Spankers. Tien jaar geleden stonden ze aan de wieg van de DDL Studio. 'Met de Flowers wilden we alle repetities opnemen', vertelt Richard Janssen. 'De band liep best goed maar we kenden het ons niet veroorloven zó vaak in de studio te zitten. Daarom hebben we op een gegeven moment een viersporenrecorder, een mengtafel en wat microfoons gekocht. Met hout en matrassen die we bij het grofvuil vonden hebben we de oefenruimte omgebouwd tot studio. Zonder enige kennis van zaken, we deden maar wat. Maar omdat we de ruimte goed kenden en alle tijd namen om te experimenteren gingen onze opnamen steeds beter klinken. Het was al helemaal niet de bedoeling de oefenruimte als studio te gaan exploiteren. Maar op een gegeven moment kwamen bevriende muzikanten met de vraag of ze hier mochten opnemen. Van het een kwam het ander. Ik kan me nog goed herinneren dat we van de eerste verhuurklussen een oude D&R-tafel en een achtsporen Tascam hebben gekocht. Toen realiseerde ik me dat het echt een studio begon te worden.' Aan die achtsporenrecorder zat trouwens wel een tragisch verhaal vast, vertelt Henk Jonkers. 'Hij stond te koop in de Music Maker. De vrouw die het ding verkocht had een relatie gehad met een muzikant. Hij had van haar geld allemaal studiospullen gekocht en een eigen beheer plaat gemaakt. Toen die plaat voor geen meter liep is hij 'm gesmeerd en zat zij met die spullen. In die kamer stonden ook nog dozen vol platen...' Improviseren was lange tijd kenmerkend voor de DDL. Daaraan ontleent de studio ook haar naam. Martin Cramer: 'We hebben lange tijd op die acht sporen gewerkt. Dat was wel behelpen. Vaak moesten verschillende partijen op één spoor worden gepropt. Dan kon het weleens gebeuren dat er per ongeluk een stukje van een andere partij werd gewist. En volgens de wet van Murphy was dat natuurlijk net die partij waar een dag lang aan was gewerkt. De technicus die dat overkwam noemden wij De Domme Lul van de dag. Die naam is aan de studio blijven kleven.'
Drab DDL groeide al snel uit tot een populaire demo-studio. De hele Amsterdamse gitaarscene nam er op. Richard Janssen: 'We waren bepaald geen high tech studio, maar we hadden twee technici die uit de bandjeswereld kwamen en er hing een losse sfeer. Je kon er als band lekker je gang gaan. Dat bleek enorm aan te spreken, nog steeds trouwens. Bands moeten het toch hebben van in een relaxte sfeer lekker samen spelen.' Toen Fatal Flowers in 1990 uit elkaar viel, lag het voor de hand met de studio door te gaan. Even dreigde er een kink in de kabel te komen toen het kraakpand aan de Brouwersgracht moest worden ontruimd. De nieuwe eigenaar bleek echter bereid de kelder aan de voormalige gebruikers te verhuren. Martin Cramer: 'Probleem was dat er een meter drab in stond. Die moesten we eerst wegpompen. Vervolgens zijn we een jaar bezig geweest met verbouwen. Het casco hebben we door een aannemer laten doen, de rest hebben we zelf gedaan.' Inmiddels wisten Janssen, Jonkers en Cramer wel hoe een studio ingericht moest worden. Die kennis en ervaring gebruikten ze bij de bouw van de nieuwe DDL. Richard Janssen: 'Studio's hebben allemaal zo'n beetje hetzelfde ontwerp: efficiënt en koud. De één heeft er steenwol en de ander grijze doeken overheen gespannen, meer smaken zijn er niet. Met Fatal Flowers hebben we in veel studio's gewerkt. Wat ik vaak miste was een speels element, iets waardoor je je op die plek thuis voelt. Een muzikant die de studio in gaat is meestal doodzenuwachtig. Als je dat kunt doorbreken door een leuke sfeer te scheppen, heb je de eerste stap naar een goed eindresultaat gezet. Vandaar dat we veel aandacht hebben besteed aan raken die de sfeer bevorderen: veel hout, leuke decoraties en een zithoek in de luisterruimte.' DDL is helemaal ingericht op het opnemen van bands, vertelt Martin Cramer. 'Wij vinden het belangrijk dat de bandleden met zijn allen tegelijk kunnen opnemen. Het gaat immers om het samenspel. Door met de geluidsschotten te schuiven kun je hier heldere opnamen maken zonder een teveel aan overspraak.' 'Belangrijk is dat een band in de opnameruimte al goed klinkt', valt Henk Jonkers hem bij. 'We'll fix It in the mix' bestaat niet. Klinkt het daar niet lekker dan wordt het later ook niks meer. Vandaar dat we veel hebben geïnvesteerd in versterkers en een goed drumstel. Want uit een rotte versterker en een kutgitaar komt nooit een goede sound. In hun eigen studio proberen de voormalige Fatal Flowers de ergernissen die ze zelf als muzikant tegenkwamen te voorkomen. Richard Janssen: 'Veel onderdelen in het opnameproces zijn volstrekt onlogisch. Het gebeurt zo omdat iedereen het doet. Zo heb ik me altijd doodgeërgerd aan het afregelen van de bassdrum. Zo'n man was daar urenlang mee bezig en wij maar op onze vingers bijten tot we eindelijk mochten gaan spelen. Dat is toch onzin! Hoe kan hij nou een bassdrum afregelen als hij niet weet hoe de bassist klinkt?' 'Ik doe nog altijd veel werk als PA-technicus', vertelt Martin Cramer. 'Daardoor kijk ik anders aan tegen opnemen dan de meeste studiotechnici. Ik ben gewend bij de zang te beginnen en daaromheen de instrumenten aan te brengen. En als iets niet lekker klinkt draai ik niet aan de knoppen maar ga ik naar de bron om te horen wat daar aan de hand is. Als het probleem niet zit in de versterker of het drumstel is een andere microfoon vaak een betere oplossing.'

Analoog Een jaar na de verbouwing investeerde DDL in een MCI 24-sporen recorder Martin Cramer: 'We kregen kort achter elkaar een paar verzoeken om 24 sporen. Toevallig kregen we net op dat moment ook een tweede-hands recorder aangeboden. Voor de financiering hebben we bij een aantal platenmaatschappijen aangeklopt. Die waren bereid op voorhand studiodagen in te kopen en te betalen. Er is geen bank aan te pas gekomen.' De overstap naar 24 sporen kostte, inclusief de bekabeling, 46.000 gulden. Voor dat bedrag had DDL ook drie ADAT-recorders kunnen kopen, vertelt Richard Janssen. 'Maar de keuze viel uit in het voordeel van een analoge recorder. Daarmee zijn we beter compatible met de grote studio's. Wij profileren ons vooral als opnamestudio. Als het een plaat moet worden gaat men voor de mix al gauw naar een topline studio. Die werken allemaal nog analoog. Bovendien vind ik ADATs te weinig gebruikersvriendelijk. Ze hebben zo lang nodig om synchroon te gaan lopen. Als je staat in te zingen en je hoort bij de zoveelste keer overdoen die dingen weer zo langzaam locken dan heb je de neiging ze door het raam te smijten. Je kunt natuurlijk wel een tussenmix maken, maar dat kost ook weer tijd.' Henk Jonkers: 'Ik vind ADATs en soortgelijke machines klankmatig minder. In het tophoog en het diepe laag blijven ze toch achter. Analoge recorders klinken altijd vetter en hebben het grote voordeel dat je ze kunt oversturen. Dat is toch de sound waar bands naar zoeken. Het is niet voor niets dat al die oude analoge kastjes weer zo populair zijn. Ze klinken gewoon lekkerder. We zijn niet vies van digitale apparatuur. Die Atari staat hier ook en we hebben diverse samplers. Maar voor rockbands zijn analoge recorders het meest geschikt.' De DDL Studio bestaat nu tien jaar. In die tijd is de mentaliteit bij bands behoorlijk veranderd, merkt Martin Cramer op. 'Tegenwoordig weten bands beter wat ze willen en wat er mogelijk is. Haast alle muzikanten hebben thuis een portastudio en hebben het nummer al eens opgenomen. Tien jaar geleden was de studio een momentopname, nu weten ze al hoe het moet gaan klinken. Muzikanten zijn zich ook bewuster van het geld dat ze uitgeven. Onbekende bands kunnen niet meer zo makkelijk optreden, dus moeten ze hun opnamesessies veel vaker uit eigen zak betalen. Ze willen weten of ze waar voor hun geld krijgen.'

DDL vraagt voor een dag opnemen op 16 sporen 400 gulden en op 24 sporen 750 gulden, exclusief BTW maar inclusief technicus. 'We zijn een stichting. Al het geld dat de studio verdient stoppen we er weer in terug. Alleen de technici krijgen betaald, wij verdienen er niet aan. Voor ons is het een stuk gereedschap dat steeds beter wordt, waardoor we weer dingen kunnen doen. Richard en Henk hebben de gelegenheid hier hun muzikale projecten te doen. De bands die ik produceer huren mij als technicus in. We participeren ook regelmatig zelf in projecten. Pas als de band een deal scoort krijgen wij ons geld. In het geval van The Bartales (pas verschenen bij Columbia) en Supersub (het vervolg op Orange Crnsh dat onlangs tekende bij Virgin) is dat goed uitgepakt.' 'We hebben niet de intentie te concurreren met commerciële studio's', stelt Richard Janssen. 'Die zijn veel duurder maar hebben ook meer apparatuur. Wij zien onszelf als opnameruimte. Daarin plegen we ook onze investeringen: een goede microfoon, een pre-amp of een recorder. Je kunt hier wel mixen maar qua galmen en afluistering kunnen we ons absoluut niet meten met de grote studio's. De meeste bands die hier komen kiezen voor DDL omdat ze met hun budget hier twee weken kunnen opnemen in plaats van één. Het mixen doen ze ergens anders. Vandaar dat het voor ons ook zo belangrijk is dat we compatible zijn met de grotere studio's.' Gevraagd naar het meest voorkomende probleem met een band in de studio noemt het drietal een weinig realistische tijdsplanning. Henk Jonkers: 'Dan roepen ze dat ze voor hun demo in twee dagen zes nummers willen opnemen en zitten ze 's nachts om drie uur met rode oogjes een half-affe partij in te spelen. Waarom zou je zoveel opnemen? Zaalhouders luisteren maar naar één of twee nummers. En A&R-managers willen toch altijd méér horen. Of je nu een demo van twee of van zes nummers stuurt.'

Bron: Music Maker, Jan van der Plas

terug naar de media pagina