Music Maker april 1987 MEDIA

Fatal Flowers

Het gaat ons niet om de snip in de knip

In Hilversum, de hoofdstad van medialand, gaf de Amsterdamse band Fatal Flowers een concert. Plaats van handeling het jongerencentrum De Tagrijn. De groep verkocht de zaal vrijwel uit en toonde daarmee aan dat platensucces geen bindende voorwaarde is voor volle zaten. Als exponent van de Amsterdamse gitaarmaffia heeft Fatal Flowers een uitstekende live-reputatie opgebouwd en is daarom een uitgelezen band voor de Music Maker-serie 'Live in Nederland'.

Jongerencentrum De Tagrijn in Hilversum maakt zich op voor een concert van de Amsterdamse formatie Fatal Flowers. Het is vroeg in de avond, of beter nog, laat in de middag. Een flink aantal fietsen verraadt de aanwezigheid van minstens evenveel jongeren. En dat is opmerkelijk zo vroeg. De fietsen buiten vormen het bewijs van gonzende bedrijvigheid binnen. De Tagrijn moet een oud schoolgebouw zijn geweest. Trappen leiden naar een verzonken entree, die op zijn beurt weer uitkomt op een lange gang, waaraan een tweetal lokalen ligt. Uit de ene ruimte walmen gekruide geuren de gang op, uit het andere klinkt gerinkel van glaswerk, het monotone getik van biljartballen en het nerveuze ratelen van een flippermachine. Daar tussendoor het onverstaanbare gegons van mensenstemmen. Geen concertzaal. De deur leidt naar de Hilversumse dreven en die vormen niet de aanleiding tot onze visite. Aangezien het niet valt aan te nemen dat Fatal Flowers in de keuken van JC De Tagrijn zullen spelen onderwerpen we de gang aan een nieuw onderzoek. Blijkt dat we twee deuren over het hoofd hebben gezien. Deuren zonder klink, die normaal gesproken alleen voor een kast worden gezet. Deze geven toegang tot een trap die weer vanzelf eindigt in een concertzaal van middelgrote omvang.
De zaal biedt de gebruikelijke aanblik voor een concert. Zenuwachtig rondrennende roadies, een vloer bezaaid met flightcases, snoeren, standaars en versterkers. Van de bandleden geen spoor. Maar eenmaal manager Jan opgespoord wordt de zoekactie geopend. Het duurt wel even voor we de groep hebben gevonden. Het gebouw kan voor een onbekende een waar labyrint zijn, met trappetjes, verscholen deuren, kleedkamers met drie verschillende ingangen en een veelvoud aan donkere hoeken. Aan de soundcheck is de band nog niet toe, dus is iedereen zijns weegs gegaan.
Uiteindelijk komen we weer in de eetzaal terecht, waar Richard (Janssen) en Henk (Jonkers) rustig een potje zitten te schaken, in afwachting van hun diner, wat weer eens bestaat uit macaroni-garni. De keuzes in de jongerenkeukens blijken beperkt: macaroni met tomatensaus of naturel. Terwijl de band zich tegoed doet aan het gebodene klinken boven de doffe tonen van een basgitaar. Ludo Wiegering, de tijdelijke invaller voor de vroegtijdig uitgevallen bassist Marco Braam, maakt van de gelegenheid gebruik nog even het repertoire door te nemen. Wiegerink komt normaal gesproken uit voor het Amsterdamse gezelschap de Landlords, maar verstrekt sinds anderhalve dag de gelederen van Fatal Flowers. "We hadden het optreden ook af kunnen zeggen," verklaard Richard Janssen. "Maar dat vonden we toch een beetje lullig, omdat we al eens eerder een optreden hier hebben moeten laten schieten, in verband met ziekte van Dirk (Heuff-gitaar)."
En JC De Tagrijn zou nu helemaal niet blij zijn geweest met een afzegging. Fatal Flowers staat in de belangstelling en bijkans borg voor een volle bak. Het Amsterdamse trio, was een kwartet met Marco Braam, is een grote aanwinst gebleken voor het vaderlandse zalencircuit. Binnen twee jaar groeiden de Flowers uit tot een van de meest gevraagde bands van ons land. "Ik zou ze vanaf nu tot en met september vier keer in de week weg kunnen zetten", vertrouwd de manager van de groep ons toe. Maar het is hem niet gegund. Fatal Flowers besluit in ieder geval een maand te stoppen met optredens en intussen op zoek te gaan naar een nieuw bandlid. Het een heeft overigens niets met het andere te maken. Richard Janssen vertelt: "Het is tijd om de balans op te maken. We bestaan nu twee jaar. Er is veel gebeurd met de band, zeker de laatste tijd. We hebben niet te klagen over werk en we zouden nu heel gemakkelijk op ons succes kunnen teren en het geld ophalen. Ik denk dat je jezelf daarmee voorbij loopt en uiteindelijk de deksel op je neus krijgt. Nederland is maar een klein land met een beperkt aantal zalen. Na zes maande sta je alweer in dezelfde tent en ik vind dat je dan eigenlijk met iets nieuws moet komen, anders is het publiek zo op je uitgekeken. Wat dat betreft hebben die grote internationale acts het een stuk makkelijker. Die kunnen met één repertoire en steeds dezelfde show de hele wereld rond. Het grootste compliment dat mensen ons nu kunnen geven is voor mij dan ook dat we beter klinken dan een optreden van enkele maanden daarvoor. In Nederland kun je niet teren op een eenmalig succes, omdat je gewoon te vaak in dezelfde zalen terechtkomt. We vonden het ook tijd worden om de routine van het elk weekend spelen te doorbreken. Je wordt snel meegesleurd in een maalstroom van reizen, spelen, rusten en repeteren. Ik geef toe dat het moeilijk is om een punt te bepalen waarop je moet zeggen: tot hier en niet verder. Het is zo makkelijk om gewoon maar door te gaan. Je start een band met de ambitie om zoveel mogelijk te spelen en als het eenmaal zover is moet je toch de rem erop zetten om ook nog iets over te houden voor de toekomst.

Gitaarmaffia
Fatal Flowers bestaat twee jaar en is een exponent van wat ook wel wordt genoemd: De Amsterdamse Gitaarmaffia. Dit is een verzamelnaam voor een aantal bands, waaronder ook Claw Boys Claw (in Friesland Klun Boys Klun) die simpele gitaarrock maken. Eerlijke muziek, die gretiger aftrek vindt in 's Hollands zalen dan de door Hilversum gepredikte tendentieuze confectiepop. In het hol van de leeuw onderschrijven de Flowers die stelling nog eens door De Tagrijn bijna uit te verkopen. Wie zei ook weer dat het Nederlandse clubcircuit geen toekomst heeft? De Flowers en CBC (in Friesland KBK) bewijzen het tegendeel. "Gisteravond hebben we voor het eerst een zaal uitverkocht", onderschrijft Richard Janssen, woordvoerder, componist, zanger en gitarist. Even terug naar de gitaarmaffia. Vanwaar die benaming, dit even voor de niet-Amsterdamse lezers? "Dat van die gitaar klopt wel, maar maffia? Ach, het beestje moet een naam hebben. Er waren op een gegeven moment enkele Amsterdamse bands, die simpele gitaarmuziek gingen maken. Men herkende weer een trend en daaronder werden wij ook gerangschikt." Diezelfde groep bands had ook maar een doel: zo snel mogelijk en zo vaak mogelijk spelen. Het verhaal gaat dat Richard en Henk, de harde kern van de Flowers, in dat streven zelfs hun biezen hebben gepakt en naar Londen vertrokken. "Ach, je kent dat wel: je bent jong en... We hadden een advertentie gezet waarin een Hollandse ritmesectie, ik speelde nog bas, in Engeland probeerde aan de bak te komen. We zijn er een dag of tien geweest, en al gauw werd duidelijk dat de Engelse situatie aanzienlijk slechter was dan de Nederlandse. De oefenruimte alleen al kostte 80 gulden per dag. We vonden ook niet de juiste mensen en zijn daarom maar snel teruggekeerd. Ach, het is niets om een groot verhaal aan op te hangen. We beschouwden het als een vakantie en we zijn het een en ander aan de weet gekomen. " Terug in Nederland probeerde het duo een band te formeren die muziek wilde maken a la Dream Syndicate. Met de komst van Marco Braam en Dirk Heuff vielen de laatste stukken van de legpuzzel op de goede plaats. " Het viel niet mee om mensen te vinden die dezelfde muziek willen maken. De meeste muzikanten hadden van een groep als Dream Syndicate nog nooit gehoord. Eenmaal compleet stonden we al na twee weken op een podium. Wij zijn niet van die jongens die oeverloos in een repetitieruimte blijven rondhangen. Als je maar door blijft repeteren bestaat het gevaar dat de verwachtingen te hoog worden opgeschroefd. Zo hoog, dat de werkelijkheid van een podium alleen maar tegen kan vallen. Wij hebben hooguit twee weken gerepeteerd en stonden al te spelen".

Punk
Het klinkt gek, anno 1987, maar het is nog steeds te danken aan de punk dat groepen als Fatal Flowers zijn ontstaan. Richard Janssen daarover: " Ik speelde in een bandje dat covers speelde van de Buzzcocks en de Sex Pistols. Het was een tijd waarin iedereen het podium op mocht, of-ie nou kon spelen of niet. Je pakte een instrument of een microfoon en je gaf alles wat je had. Dat deed ik ook. Spelen kon ik niet, maar dat gaf geen donder, want niemand kon spelen. En als je eenmaal op een podium had gestaan had je de smaak te pakken. Wie weet, als de punk er niet was geweest hadden wij hier niet gestaan, denk ik."

Terwijl Richard zich vooral ontwikkelde als songschrijver, deed Dirk Heuff zijn best om elementaire licks onder de knie te krijgen. Een smakelijk verhaal, want hij schakelde Ferdi Karmelk (ex-Brood) in die de basisbeginselen moest bijbrengen. "Ik belde hem op om te vrage of hij les gaf. Nee, zei hij. Maar ja, hij woonde bij mij in de buurt dus ik bleef aan zijn kop zeuren. Uiteindelijk kreeg ik hem zover dat hij me een keer wilde ontvangen. Die eerste keer vergeet ik niet gauw meer. Hij ging zitten, speelde een razendsnelle lick en vroeg: Kun je die naspelen? Ik zei: Kom nou. Speelde weer een lick, en weer een, en weer een. Maar ik kon dat allemaal niet. Wat kun je dan wel? vroeg hij toen. Ik durfde toen nauwelijks meer iets te laten horen. Maar hij nam het meteen op, op zo'n klein recorder net zo een als waarmee jij dit gesprek opneemt. Later, we waren door gemeenschappelijke interesses vrienden geworden, liet hij wat ik had gespeeld aan me horen. Shit, zet af man. Daar kan ik niet naar luisteren. Maar Ferdi zei: Als je eenmaal hiernaar kunt luisteren en tegelijkertijd mij recht in de ogen kunt blijven kijken, dan ben je al een stuk verder. Hij had gelijk. Ik wilde zoiets nooit meer horen en ben me toen echt in de gitaar gaan verdiepen. Maar eigenlijk wilde ik dat hij me licks zou leren. Daar begon-ie niet aan. Ik moest eerst arpeggio’s doen, dan zou ik die loopjes vanzelf wel leren. Later ging ik me breder oriënteren. Meer leren over de roots. Vroeger luisterde ik naar een solo van Freddy king en dacht: Jezus, die man speelt net als Clapton. Wist ik veel.

Mini-elpee
Stond Fatal Flowers na drie weken op het podium; na drie maanden lag de eerste productie van de band in de winkels, een mini-elpee. Geen pretentieus project, maar gewoon een plaat die dienst moest doen als visitekaartje. Richard Janssen: "Het was een hit-and-run job."

Het management, Syndicate of Melodies, uit Amsterdam had ons zien optreden in een klein cafe. Je weet wel zo'n klusje van 700 gulden. Aangezien het management dankzij The Throught wel een potje kon breken bij producer Greg Leon zagen ze kans ook de Flowers een paar dagen in de studio kwijt te kunnen. Achteraf valt er natuurlijk ontzettend veel aan te merken op dat plaatje. Te sof en te wollig vooral. Maar wat wil je; we kwamen dinsdagavond in London aan en waren na vijf dagen weer thuis. De meeste jongens van de band hadden ook helemaal geen studio-ervaring en ik had nooit meer dan zestien sporen bij elkaar gezien. De producers, Greg Leon, was een hele aimabele man, maar die wist ook niet wat we nu precies bedoelden of wilden zeggen. Veel sprake van produceren was er dan ook niet, ook al omdat de tijd ontbrak. Het was meer een vorm van registeren. We hebben er nooit spijt van gehad. Dankzij de plaat kwamen we op het Pandorafestival terecht, terwijl we tussentijds voorprogramma's deden bij The Thought. Zo kregen we de aandacht die we nodig hadden en werden we geboekt door zaaleigenaren, die ons een keer hadden gezien. Daarbij is er een intensief contact tussen boekers en concertzalen, die elkaar op de hoogte houden. We kregen een kans en konden plotseling veel spelen. Ik denk dat we, dankzij de mini-elpee wel een keer of tweehonderd hebben opgetreden, al valt het moeilijk aan te tonen dat het alleen door die plaat komt. We kregen ook veel aanbiedingen dankzij mond-op-mond-reclame.

Ook zijn we altijd een goedkope band geweest. Ik weet niet wat we nu kosten, maar vorige week was het in ieder geval nog 1250 gulden. We hebben bewust de prijs laag gehouden, omdat we in het begin zoveel mogelijk wilden spelen. Wat heeft het voor zin om al meteen een hoge drempel op te werpen en je daardoor uit de markt te prijzen? Het is echt niet zo moeilijk in Nederland om veel te spelen. Wat wel moeilijk is, is op een gegeven moment een sprongetje maken, om weer in wat grotere zalen terecht te komen. Daar heb je TV en pers voor nodig. Die kregen we dankzij de plaat en het optreden van het Pandora-festival. De band is gegroeid door die vele concerten. Door het vele spelen konden we tijdens repetities werken aan nieuw materiaal. Dat zou tenminste moeten kunnen, al komt het er niet altijd van, omdat er altijd toch weer dingen zijn die tijdens een concert misgaan".

Materiaal
"Nee, we schrijven onze songs niet vanuit een sessie-idee. Meestal kom ik aan met een afgerond geheel. Ik geloof niet dat er via een jam goede ideeen tot stand komen. Je kunt aankomen met een leuk loopje, maar vaak gebeurt er verder niets. Vijf minuten later is het nog steeds een leuk loopje. Daar ga ik dan een melodie overheen zingen, want je moet toch wat. Daar kun er nog wat aan vastplakken maar in mijn ogen is dat geen song en dat zal het nooit worden ook. Ik ga meestal uit van een melodie, waarvan de band dan een arrangement maakt. Dat werkt het beste. Een sessie loopt toch altijd uit op uitkauwen van clichés, of er komen heel gekunstelde songs uit".
De juistheid van die stelling hebben de Flowers aangetoond met de elpee Younger Days: een juweel van een plaat met eerlijke, evenwichtige songs. De knapen hebben het rock & roll hart op de juiste plaats zitten. Younger Days is het antwoord op de vraag waarom zoveel andere bands het niet redden. Fatal Flowers laat in een ruk een heel leger vakbekwame muzikanten achter zich. Het is een goede band en geen optelsom van een aantal virtuoze muzikanten, die het geduld niet kunnen opbrengen tot een eenheid te groeien.
Richard Janssen: "Wij zijn van een andere generatie. Een heleboel van die oudere muzikanten hebben liever een 'Snip' in de knip dan dat ze langere tijd investeren in een goed product. De meeste van die jongens hebben ook, soms maar heel eventjes, geproefd aan het succes en die doen het ook gelijk niet voor minder. Die gaan niet nog eens in een kroegje staan spelen, laat staan een langere tijd met een band repeteren. Je komt heel veel zo'n houding tegen van; "Nou jongens, dat heb ik nou wel eens gezien." Dan denk ik; dat dat dan wel zo kan zijn, maar wat is er dan nog over? In Amsterdam ben je tegenwoordig iemand als je talloze schnabbels hebt. Dat is een hele individualistische benadering. Daarbij stellen die mensen ook hele hoge eisen aan elkaar. Je moet minstens zo goed kunnen spelen, om mee te mogen doen, anders kom je er al helemaal niet tussen. Wij houden ons daar verre van. Trouwens: we kunnen helemaal niet zo goed spelen, dus komen we niet eens in aanmerking. Die gasten zijn dan ook nog eens vet aan de dope en aan de drank, omdat ze hun zich allang niet meer uit de muziek halen en dus moeten vluchten in andere middelen. Wij zijn dan wel een jonge band, maar niet zo jong dat we niet weten wat er aan de hand is. Misschien als ik nu negentien was geweest, dat ik ondertussen allang even naar de WC had gemoeten en dan niet om m'n broertje uit te laten. Wat ze volgens mij in Nederland nog niet helemaal doorhebben is dat je met vier goede muzikanten nog geen goede band hebt. Om de twee maanden komt er weer een nieuw project, met vrijwel dezelfde namen, maar een kleine wijziging.

Allemaal beesten op hun instrumenten, maar dat wil toch nog helemaal niet zeggen dat er ook nog wat interessants uitkomt. Ik snap ook niet zo goed dat men dat nog steeds niet doorheeft. Als je toch om je heen kijkt, de bladen leest en naar Music Box kijkt, dan weet je toch ondertussen wel wat er gaande is. In de film Let i Be van de Beatles komen stukje voor waarin die gasten wat aan het jammen zijn. Daarin hoor je echt wel dat ze geen virtuoze zijn, en toch is iedereen het erover eens dat de Beatles geniaal waren. Ze deden gewoon nooit meer dan wat ze konden".

Vijftig gulden
Een ‘snip’ in de knip zit er voor de Flowers niet in. De bandleden houden vrijwel niets over aan een optreden. Gastmuzikant Cor Willemse (Hammond C 3, twee Lesleyboxen en een Yamaha CP 70) steekt nog honderd gulden in de tas. De bandleden doen het voor de helft. Alles wat we verdienen gaat terug in de bandkas.

Inmiddels hebben we in het centrum van Amsterdam een vrijwel perfecte oefenruimte, waarin we een Fostex 8-sporen hebben staan. Daardoor kunnen we nu onze eigen demo’s maken en dat is ook weer een enorme vooruitgang. Wat denk je wat het opmaken van een redelijke demo kost? Als we vanaf het begin alles in onze zak hadden gestoken, hadden we geen recorder gehad en niet zo’n fijne oefenruimte. Wij streven er niet naar om rijk te worden van onze muziek. Eerder schaffen we nog een 16-spren machine aan om misschien zelfs ook nog onze eigen platen te kunnen maken. Op die manier kom je uiteindelijk toch waar je wezen wilt. Zie het voorbeeld van de Golden Earring, die in het bezit is van een eigen studio en daardoor geheel onafhankelijk is.
Ook de groepsgeest van de Earring spreekt Janssen c.s. enorm aan. “ Het lijkt mij echt veel aantrekkelijker een keer in het jaar een tournee te houden langs de grote zalen en dan tijd over houden om met andere dingen bezig te zijn. Het is creatief ook interessanter omdat je dan nog wat maanden over hebt om je blijk enigszins te verruimen en nieuw materiaal te schrijven. Ik bewonder die band in meer dan een opzicht. De Earring is al twintig jaar bij elkaar en nooit in de verleiding gekomen om dan weer met die en dan weer met die samen te gaan spelen. Ik vind het knap als je in staat bent twintig jaar met dezelfde mensen muziek te maken en denk dat het resultaat uiteindelijk beter is dam met steeds verschillende combinaties. Er is ook nog een wezenlijk verschil met bijvoorbeeld een andere veteraan uit het Nederlandse zalencircuit; Herman Brood. Brood speelt om te overleven, maar loopt daarbij het grote gevaar langzaam maar zeker z’n aantrekkingskracht op het publiek te verliezen.

Daarbij zijn al die groepswisselingen volgens mij niet goed. Steeds die verschillende muzikanten maken de kans dat er even een goede combinatie ontstaat, zoals bij de Wild Romance het geval was, uiterst klein. Maar als er weer even de vier juiste mensen op het podium staan, spat het gelijk als een gek. Komen er weer andere mensen in zo’n band, zakt het weer in.”

De zalen
Fatal Flowers is maar matig tevreden over het vaderlandse zalenbestand. Volgens Richard Janssen zijn er maar weinig gelegenheden waarin een optimale situatie voor live-muziek wordt gecreëerd. Het Paard van Troje, De Tagrijn, De Effenaar en enkele andere vormen positieve uitzonderingen. “ Men denkt dat het genoeg is als er een podium staat en bier uit een kratje wordt verkocht. Het bezoek aan een jongerencentrum wordt niet aantrekkelijk gemaakt. Mensen gaan er alleen heen als ze een bepaalde groep willen zien, maar niet om een gezellig avondje uit te gaan. Het komt nog veel voor dat een zaal een podium heeft en bier verkoopt en daar houdt het dan mee op. Wat me erg irriteert is dat die zalen wel volop bands programmeren, liefst twee keer per week. Dan maar wat meer concurrentie, maar als een zaal twee keer in de week een band neerzet en daar komen gemiddeld zestig mensen op af, dan is er wezenlijk iets mis. Ondertussen kost zo’n band tussen de duizend en tweeduizend gulden.

Dat haalt zo’n jongerencentrum er natuurlijk nooit uit, met als gevolg dat zo’n groep al die subsidie opslokt. De meeste jongerencentra krijgen subsidie omdat ze uiting moeten geven aan jongerencultuur en dus zetten ze maar zo’n band neer. Maar de grap is dat de jongeren wegblijven. Vaak komt juist een oudere leeftijdsgroep op de concerten af. Waar ben je dan mee bezig? Een jongerencentrum dat vol staat met dertigers en vaak nog oudere stafleden. Daarbij komt nog dat de meeste bands bestaan uit muzikanten die erbij studeren, of, nog erger, weken en dus het geld helemaal niet nodig hebben. Zij souperen dan een stuk subsidie op, die voor heel andere doeleinden gebruikt moet worden. Ik vind trouwens toch dat mensen die voor hun hobby in een bandje spelen, niet moeten zeiken dat er twee keer per week opgetreden moet worden. Dat is allemaal leuk en aardig, maar het wordt wel verpest voor de groepen die wel alles op de muziek zetten. Het is toch zo makkelijk. Programmeer een keer in de week een professionele band. Maar ja, het systeem zit nu eenmaal absurd in elkaar en daardoor botsen weer allerlei belangen. Een gemeente laat toch ook geen stadhuis ontwerpen door een arts die in zijn vrije tijd architectuur studeert? Als het bij ons zover komt dat er vanaf twee uur een hele organisatie draait, beginnend met de opbouw van de PA tot en met het afbreken twaalf uur later en er staan twintig man in de zaal, dan wordt het toch tijd om enkele afwegingen te gaan maken. Ik denk dat een jongerencentrum in de eerste plaats een leuke tent moet zijn, waar de mensen graag naar toe gaan en als dat is gelukt moet men eens gaan denken aan het programmeren van een band. In veel gevallen is het nog de omgekeerde wereld.”

Een goed voorbeeld is De Tagrijn, waar al vroeg een gezellige drukte is en tegen de tijd dat het concert begint de zaal afgeladen vol is. Een discotheek met een jockey achter de tafel die verstand heeft van muziek en het publiek vast opwarmt voor optredens later die maand. Het lange wachten op de Fatal Flowers, pas om half twaalf beklimt men het podium, in dan niet eens onaangenaam. Om te praten is er dan nog tijd genoeg. Wat te denken van de reacties die de band na het verschijnen van Younger Days heeft gekregen. Fatal Flowers werd geroemd en geprezen, met de grond gelijkgemaakt, en viel zelfs met de titelsong een top 40 notering ten deel. Richard Janssen en Dirk Heuff zijn er gewoon onder gebleven. “Ja, wat moet je dan?. Wat moeten we met een onzinnige discussie of Fatal Flowers al dan niet de beste band van Nederland is op dit moment? Het curieuze is dat die plaat al sinds september uit is. Na de release wisten we niet eens zeker of we wel een plaat hadden uitgebracht. Er gebeurde helemaal niets. Maanden later verschijnt er een eerste recensie en we worden gelijk de grond in geboord. Nou, denk je dan, dat wordt uitverkoopbakkenwerk. Of het nu door de single kwam of door een optreden in de Nachtshow, in ieder geval begon het ineens te lopen. De single verkocht goed en de elpee begon ook te lopen. Tussentijds liepen de zalen ineens goed vol en er slaat een soort hysterie toe. Nou goed, het zal allemaal wel waar wezen, maar al had iedereen ons de kloterigste band van Nederland genoemd, wij spelen exact hetzelfde en we gaan gewoon door. Wij zijn niet zo afhankelijk van die meningen. We hebben een oefenruimte, we hebben tijd, een redelijke live-reputatie en we s chrijven nog steeds nummers. Dus moeten er wel hele rare dingen gebeuren wil de band als een kaartenhuis in elkaar storten. Nu gaat het eventjes erg goed en wij zijn helemaal niet bang dat het verkeerd gaat. We trekken volle zalen, maar dat is een beetje een novelty-effect. Een heleboel mensen komen naar ons kijken die benieuwd zijn en vinden er misschien niets aan. Die vallen weer af en straks is alles weer genormaliseerd. Ik ben blij dat we een goed management hebben, die als een soort buffer fungeert. Zij verzorgen de contacten met de platenmaatschappij en wij hoeven ons alleen druk te maken over de muziek. Het is nu al zo dat je teveel afgeleid wordt van waar het eigenlijk om gaat. Met televisie, radio gaan er weken voorbij dat we niet een keer kunnen repeteren.”

Productie
Producer Vic Maile mag in dit verhaal niet ongenoemd blijven. Hij heeft de band feilloos aangevoeld en direct op tape gezet wat direct moet klinken. “ En dat is bij ons bijna alles. Vic heeft twee dagen de repetities bijgewoond, adviezen gegeven en sommige dingen helemaal omgegooid. Het was verfrissend een buitenstaander erbij te laten die ons van adviezen kan voorzien. Wij zijn geen band die allerlei technische foefjes wil toepassen. We spelen simpele rock & roll en daar horen geen getriggerde drums of synths bij. Niet dat we puristen avant la lettre zijn, maar effecten en randapparatuur zijn aan ons gewoon niet besteed. Er is niet eens een galm of een reverb gebruikt. Vic nam alles heel droog op en perste het geheel later weer door een compressor. Daardoor heeft de plaat wel lekker veel bounce gekregen. Net als wij vindt Vic het belangrijk dat op een plaats niet alleen de instrumenten te horen zijn, maar ook de mensen die ze bespelen. Zoals een Keith Richards overal te horen is aan zijn stijl. Te vaak hoor je tegenwoordig achterin de mix een gitarist die blijkbaar zich in het zweet heeft staan werken, maar daarvan is niets meer te horen.”
Nu Younger Days alweer enkele maanden in de winkel ligt, zullen belanghebbenden al voorzichtig aan een opvolger denken. Maar de Flowers laten zich niet gek maken.
“Als Nederlandse bands of een elpee mogen maken, krijgen ze over het algemeen net voldoende tijd om tien songs op te nemen. In Engeland en Amerika zeggen de maatschappijen rustig; “Er moet een nieuwe plaat komen.

Hoeveel nummer hebben jullie? Drie: ga de rest dan maar in de studio schrijven.” In Nederland is zo’n situatie ondenkbaar en misschien is dat maar gelukkig ook. Net als bij optredens willen we niet in een routine vervallen. Dus elk jaar plaat, single, plaat, single enzovoorts. Wij schrijven nieuwe songs en als we tien nummers waarover wij tevreden zijn helemaal hebben uitgewerkt, dan pas gaan we opnemen. Zo hebben we het met Younger Days ook gedaan. Alles stond vast, de partijen waren uitgeschreven, de arrangementen waren gemaakt en dus konden we de plaat snel opnemen. Het merendeel van de songs is ook live prima te spelen, zeker nu we tijdelijk een toetsenman erbij hebben.”
We zijn bij de technische gegevens beland en Dirk en Richard worden nu wat lacherig. “Dat zal wel een heel kort lijstje worden in de Music Maker. We gebruiken niet zoveel opzienbarende apparatuur.” Inderdaad is de opsomming snel gepiept.
Het optreden laat op zich wachten, maar een concert van de Fatal Flowers loont dubbel en dwars die moeite. Tijdens de soundcheck klonk al verschillende keren de Mel London-klassieker Messin‘ with the Kid. Het concert opent met een oude blues, die uit de luidsprekers wordt gespuwd. Robert Johnson of Leadbelly denk ik. Fatal Flowers maakt er geen geheim van waar de roots liggen. Eenmaal terug in de auto schuif ik snel de cassette in de recorder en luidkeels “Younger Days zingend reis is huiswaarts. Eindelijk weer eens een band gezien waar je een goed gevoel aan overhoudt.

bron: Andy Bos, Music Maker april 1987

terug naar de media pagina