VPRO Moondogs 24 september 1985 MEDIA

DJ: In de studio Hans ter Burg en Jacqueline Versluijs van de Plastic Dolls, Allard Jolles van L’Attentat en Henk Jonkers van Fatal Flowers. Wat deze bands verenigd is onze moerasdelta en Pandora Music Box. En al er nou iets is wat ik de afgelopen dagen heb gedaan, dan is het stukken lezen waarbij jullie aan het woord zijn. En wat me dan opvalt is dat vrijwel elke journalist jullie iets onder de neus wrijft. Wat gebeurt er namelijk. Jullie houden je bezig met een inspiratiebron uit de jaren ’60 en dat schijnt niet te mogen. Tenminste als ik de journalisten een beetje begrijp. Als je dit op dezelfde manier op de klassieke muziek zou toepassen, dan zou er op dit moment geen noot meer van Bach gespeeld mogen worden. Daar komt het ongeveer op neer. Hans, je omzeilt het keurig, “niks 60’er jaren, we zijn ervoor begonnen.”
Hans: Ja
DJ: Op een bepaalde manier laat je dat op plaat ook horen. Zou je het nu meteen ook even kunnen laten horen?

Hans ter Burg – speelt solo een blues nummer

DJ: Heel goed. Ik zou bijna zeggen probeer eens een duetje met Philip Kroonenburg van de Freelance band. Ik weet niet of je hem kent? Trekken jullie je dat aan trouwens, dat verwijt van de 60’s?
Hans: Het is niet echt vervelend, maar het is niet relevant. Omdat wij in onze muziek verder terug gaan. De oude blues. In de 60’er jaren deden heel veel groepen dat ook. In de 60’er jaren zat ik zelf ook in een bandje, ik ben al…
Jacqueline: …Wat ouder…
Hans: Ja, dus die leeftijd zou al een reden te meer zijn om de 60’s over te slaan. Ik heb het te bewust meegemaakt om dat nu allemaal weer te herkauwen. Maar het is gewoon zo dat een heleboel bands in de jaren 60 ook teruggrepen op de blues.
DJ: Ja, maar wat ik eigenlijk vraag. Ook al zou je je laten inspireren door muziek uit de jaren 60, is dat dan fout?
Hans: Ik vind het prettiger om de inspiratiebron direct te laten verlopen. Ik bedoel een band als Q65, dat is dan een band uit de 60’s, nu hot in Amerika trouwens. Die speelden nummers van Willie Dixon en Howlin’ Wolf. Als dan een band als de Plastic Dolls of wat voor band dan ook nummers, niet van Willie Dixon, maar in de stijl van Willie Dixon of Howlin’ Wolf speelt, dan word vaak door popjournalisten gezegd dat het geïnspireerd is op Q65. Snap je wat ik bedoel, dat is gewoon gebrek aan historisch besef.
DJ: Ja, ik begrijp wat je bedoeld. Alleen ben jij 34 en die journalist is misschien 22.
Hans: Je hoeft geen 34 te zijn om historisch besef tehebben.
DJ: Goed, ‘paardrij-muziek’. Allard voel jij je aangesproken als je die term hoort? Want jij pleegt ook nog wel eens, wat in elk geval in Nederland een uitzonderlijk habijt gevonden word, shirt op het podium te staan.
Allard: Nou bij cowpunk stel ik me niet zoveel voor. Wat ze ermee bedoelen is dat het liedjes van Hank Williams zijn van vroeger. Maar dan in plaats van op 33 toeren op 45 toeren gespeeld, dat is eigenlijk het enige.
DJ: Paardrij-muziek, vindt je dat een juiste term?
Allard: Nou, het is meer whisky-muziek.
DJ: Drank-muziek. En dan Whiskey met een e erin.
Allard: Het zal best.
DJ: Goed, Henk wat vind jij er van?Zeg je ook, die termen kloppen niet?
Henk: Over de 60’er jaren?
DJ: Voel je het als een verwijt bijvoorbeeld?
Henk: Nou, er stond bijvoorbeeld in de Haagse Post een artikel van Ann Bouma en daar worden wij dan in aangehaald als een band die regelrecht lijkt te zijn weggelopen uit ’65. Dat is gewoon niet terecht. Ik kan me wel voorstellen, de band speelt met 2 gitaren, bas en drum. Dat is de opstelling zoals die in de jaren ’60 veel werd gebruikt en in die tijd was dat op zijn hoogtepunt. Daar is onze muziek ook duidelijk op geïnspireerd. Maar het geluid en de manier zoals de composities in elkaar zitten, dat is niet typisch 60’s.
DJ: Maar je voelt je op het moment dat men het zegt toch aangesproken. En het komt als een soort verwijt.
Henk: Zo word het gebruikt.
DJ: Ik begon het programma met een opmerking - stel je voor dat we dezelfde terminologie zouden gebruiken op de klassieke muziek, dan zou er geen noot meer van Bach en geen noot van Mozart meer gespeeld mogen worden. Dan zouden we alleen twintigste eeuws spelen. Ik vrees dan dat je geen concertzaal meer vol krijgt.
Henk: Ik heb liever de jaren 60 muziek dan de jaren 80 muziek bijvoorbeeld.
DJ: Waarom?
Henk: Omdat de laatste jaren met die synthesizer muziek er weinig opwindendst te beleven is. In de stijl die wij spelen, als dat dan 60’er jaren is, vind ik meer opwinding en leven dan in de muziek van de laatste jaren.
DJ: Allard, jij knikt.
Allard: Ja, ik ben het met hem eens. Voor mij ligt het dan niet in de 60’er jaren maar nog 10 jaar ervoor. Ik zie het aan mijn eigen gedrag als consument. Ik kijk alleen maar bij de Rock & Roll platen, Little Richard en zo. Ik kijk niet eens meer nar wat er nieuw uit is.
DJ: En dat is allemaal op Pandora Music Box. In de studio zijn nog steeds Hans ter Burg en Jacqueline Versluijs van de Plastic Dolls, Allard Jolles van L’Attentat en Henk Jonkers van Fatal Flowers. Wat ik graag zou willen weten, vinden jullie zo’n festival als Pandora nuttig? Of zeg je, nou van mij hoeft het eigenlijk niet.
Hans: Het is heel nuttig voor de publiciteit.
DJ: Oh, dus eigenlijk afgeleid. Niet direct nuttig dat je de confrontatie met het publiek aangaat, maar je houdt er enorm veel publiciteit aan over.
Hans: Elk leuk optreden is een leuk optreden, elke confrontatie met het publiek is een confrontatie.
Allard: Nou, er staan een heleboel mensen naar je te kijken.
Hans: Op zich is het een gewoon optreden, maar het heeft wel wat extra’s.
DJ: Ja, want er zijn veel dingen tegelijkertijd. Dus zijn er ook veel mensen die jullie niet kunnen zien. Niet kunnen zien omdat de zaaltjes te klein zijn. Dat zijn dus een aantal dingen. Je gaat daar naar toe en dan treed je op in een klein zaaltje. Tegelijkertijd gebeuren er ergens in dat immense gebouw andere dingen waar mensen heen gaan. Vindt je dat vervelend?
Jacqueline: Dat is niet anders denk ik. Maar ik denk wat nu gezegd word, dat dat vooral opgaat voor Nederlandse bands. Die toch onder andere condities spelen dan de buitenlandse bands waar de ogen meer op gericht zijn.
DJ: Dus toch een beetje.
Jacqueline: Nou, ik redeneer nu meer vanuit de organisatie en het grote gedeelte van het publiek dat komt.
DJ: Die komen dus eigenlijk voor Echo & The Bunnymen.
Jacqueline: Zo wordt het wel gepresenteerd, dat zijn de trekkers.
Allard: Maar ik zie mezelf niet als voorprogramma van Echo & The Bunnymen.
DJ: nee, dat niet.
Allard: We zijn gewoon onderdeel van het festival. Ze staan er toch wel en er zijn heus wel mensen die voor iedereen komen.
DJ: Jij bent er blij mee.
Henk: Ja natuurlijk. Een jaar geleden had ik nog geen band en nu speel ik op Pandora.
DJ: Fatal Flowers jullie hebben het afgelopen jaar dus het nodige succes gehad. Ik ga jou volgend jaar niet ontmoeten dat je plotseling de drum in de steek hebt gelaten zoals je kompanen hier. Maar je zult waarschijnlijk nog achter de drums te vinden zijn.
Henk: Ik denk wel dat ik blijf drummen, ik heb geen andere plannen in ieder geval.
DJ: Laten we beginnen met Rip Off.

Rip Off

DJ: Weet je wat ik nou altijd zo tragisch vind, dat de discussie altijd voortgaat terwijl de luisteraar er niets van hoort. Ik stel dus vast dat de ontwikkeling van de discussie over Pandora interessanter was dan de eerste bewoording. Probeer dat nog eens op te pakken.
Henk: Je staat gewoon tussen alle bands die de laatste tijd als meest belangrijke aangemerkt staan, tenminste door de organisatie. Het is dan wel niet in het super commerciële vlak maar dat is ook niet het leukste. Wat ik de leukste hoek van de muziek vind, dat zijn de bands die als meest interessant aangemerkt worden en die staan allemaal op Pandora en daar sta je tussen. Mooier kan niet.
DJ: Allard, jij zei iets kenmerkends van, er is een affiche en daar staan een aantal namen op. Als je ook in het buitenland enig succes wilt hebben, dan is het goed dat je een affiche hebt waar je naam even groot opstaat als Echo & The Bunnymen, even groot als Jeffrey Lee Pierce. Dat heeft effect.
Allard: Ja, dat klopt. Je stuurt zoiets op en dan zeggen ze, in Nederlands stonden ze met die en die dus dat moet wel goed wezen. En dan gaat het naar het buitenland zoiets, dus dat klopt. Vorig jaar toen ik met Claw Boys Claw daar stond. Ik las zelfs vorige week nog een stukje over Claw Boys Claw. Daar stond in dat het hoogtepunt voor Claw Boys Claw het optreden op Pandora was, daar hebben ze het zelfs nu nog over terwijl dat toch bijna een jaar geleden is. Als ze niet op Pandora hadden gestaan waren er toch een heleboel deuren gesloten gebleven die nu geopend zijn.
DJ: Henk, ik ga even naar jou. Fatal Flowers worden als enige gedistribueerd door een groot label. Heeft dat voordelen?
Henk: Het zou eigenlijk wel moeten.
DJ: Hé, dus niet!
Henk: Nou, er zitten zeker voordelen aan. Ze hebben ons financieel geholpen met het maken van die eerste plaat. Ik denk dat de manier waarop daar gereageerd word door de pers voor hun al voldoende is om ook de tweede plaat voor ons te financieren. Wat dat betreft is het zeker wel gunstig om bij een grote maatschappij te zitten.
DJ: Nou wil ik meteen ven naar Allard, Hans en Jacqueline. Hebben jullie expres gekozen voor zo’n kleine independent, of zou je ook graag dezelfde mogelijkheden hebben als Henk die heeft met Fatal Flowers?
Hans: Wij hebben wel bewust gekozen voor die in die status. Het is wel zo dat een grotere maatschappij het je financieel makkelijker kan maken. Maar het is een prettig gevoel om alles in eigen hand te hebben. In ieder geval in eerste instantie, zodat je als je ooit nog eens bij een grote maatschappij zou kunnen tekenen, je wat meer gewapend bent. Misschien is dat een vooroordeel, maar dan moet Henk daar misschien wat over zeggen.
Henk: Wij hebben niet echt bij een grote maatschappij getekend. Wij zijn getekend door een management en die hebben voor ons weer een maatschappij gezocht. Wij hebben eigenlijk op een indie basis zelf die plaat opgenomen en zij hebben dan weer een contract getekend met een maatschappij die dat dan weer voor hun uitbrengt en distribueert. Wij bepalen dus zelf wat we opnemen, hoe we het opnemen en waar we het opnemen en zij zorgen voor de financiering en distributie.
DJ: Dat verandert dus de zaak.
Henk: Het is bij ons dus niet zo dat er iemand van de platenmaatschappij bij de producer over de schouder staat mee te kijken van “dit gaat niet zus of zo en die solo gaat er uit”. Wat dat betreft mooier kan je het niet hebben. Dat zij ons gewoon wat laten maken en zij zorgen voor de distributie. Dat kunnen ze natuurlijk veel beter als wij zelf.
DJ: Wie koos de producer?
Henk: De producer had een plaat geproduceerd van een andere band die bij hetzelfde management zit als wij, van The Thought. De producer was een Amerikaan Greg Leon. Dus het management heeft hem ook een tape laten horen van wat wij bij de VPRO opnamen en nog wat andere tapes. En hij vond het wel leuk om daar ook aan te werken.
DJ: Dan heb je op een gegeven moment een korte kennismaking. Hoe werkt het met die Leon?
Henk: Met Greg Leon?
DJ: Ja.
Henk: Eigenlijk niet geheel volgens wens. Volgens mij had er meer ingezeten dan er uiteindelijk uitgekomen is. We hebben die plaat in Londen opgenomen omdat hij daar al in de studio werkte.
DJ: Had je het liever hier willen doen?
Henk: Nee dat niet. Het was prachtig daar naar toe te gaan. Maar in ieder geval omdat we daar naar toegingen en door die producer was van het budget al een groot gedeelte op. Dat betekende dat we in vijf dagen alles op moesten nemen terwijl de band net eigenlijk drie maanden draaiden. Dat betekent, als je het nu zelf terug hoort dat je denkt, daar hadden we iets meer tijd voor moeten nemen.

Midnight Train

DJ: Henk, dus niet helemaal niet gelukkig met de plaat?
Henk: Nou het had beter gekund, maar dat zegt iedereen altijd. Als ik het van iemand anders hoor , denk ik zeik niet maar het overkomt me zelf dus ook.
DJ: Dat is waarschijnlijk hetzelfde als dat iemand een schilderij geschilderd heeft en je altijd het idee hebt als je het naar een maand weer terugziet, als ik er nu tegen aan kijk had ik het toch wellicht iets anders gedaan.
Henk: Ja dat kan wel zo wezen, maar bij mij had het toch wel beter gekund.
DJ: Jullie ook?
Allard: Nou qua geluid zijn we behoorlijk tevreden.
Jacqueline: Maar voor mij drummen geldt dit ook. Als ik nu dingen hoor, denk ik dat had ik toch beter kunnen doen of dat doe ik nu beter.
DJ: Maar dat is je ontwikkeling waarschijnlijk. Zij hebben het nu over de productie, over het geluid.
Jacqueline: Ja daar zijn we wel tevreden over.
DJ: Hoe ben je in de muziek geïnteresseerd geraakt?
Henk: Nou op de lagere school kost ik veel singeltjes en plaatjes.
DJ: Wat wie?
Henk: Mijn eerste was van Union Gap, geloof ik en van The Free, dat soort bands. Op mijn achtste verjaardag vroeg ik een trommel, maar die kreeg ik niet.
DJ: Waarom niet?
Henk: Weet ik niet.
DJ: Dat kan twee oorzaken hebben. A) Financieel of B) Dat je ouders dachten, dat geram in mijn huis wil ik niet hebben.
Henk: Dat weet ik niet, ik kreeg hem gewoon niet. Op mijn zestiende heb ik mijn eerste drumstel gekocht en toch ben ik begonnen.
DJ: Wat voor muziek ben je in het begin gaan maken?
Henk: In het begin, dat was in de tijd dat punk net begon op te komen, was dat het naspelen van…
DJ: Dus, geen les gehad?
Henk: Nee.
DJ: En hoe kocht je die kit? Kreeg je advies van iemand, of ben je gewoon naar de winkel gegaan?
Henk: Nee, ik heb een tweede hands drumstel gekocht van een vriend. Ik ben gewoon begonnen met het naspelen van The Sexpistols, Johnny Thunders en The Ramones. Op die manier is het begonnen.
DJ: Crying Over Sin

Crying Over Sin

DJ: Wat doe je behalve drummen?
Henk: Niks.
DJ: Niks, alleen drummen. Hoe zit het met de rest van de band?
Henk: Hetzelfde.
DJ: Dus puur een muzikaal gezelschap?
Henk: Ja.
DJ: Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?
Henk: De zanger, dat is Richard, daar heb ik vroeger mee in The Pilots en Midnight To Six gespeeld. Marco, de bassist, kende wij van een groep waar we vaak samen mee optraden, dat was The Awacs. Dus toen Richard en ik vorig jaar geen band meer hadden hebben we hem gevraagd om bij ons bas te komen spelen. Dirk, de sologitarist, die nu bij ons speelt kennen we pas sinds december. Die hadden we een paar keer zien optreden met zijn vorige groep. Toen die op een gegeven moment niet meer bestonden hebben we gevraagd of hij bij ons kwam spelen. Dus sinds december zijn we met zijn vieren.
DJ: En voldoende optredens? Omdat je er toch van moet bestaan.
Henk: Na de zomer begint het echt aan te trekken, we spelen nu 2 tot 3 keer per week.
DJ: Vanuit Amsterdam?
Henk: Ja.
DJ: Wat is nu de beste popstad?
Allen: Amsterdam.
DJ: Toch. Hoe komt dat?
Henk: Omdat daar de meeste journalisten en de meeste plaatsen om te spelen zijn.
DJ: Dus Pandora moet eigenlijk uit Rotterdam naar Amsterdam?
Henk: Nee, bij zo’n gelegenheid gaat iedereen naar Rotterdam.
Hans: Dat is juist leuk, dan kom je nog eens ergens anders.
Henk: Als je in Zwolle een goede band hebt, voordat een journalist je daar opgepikt heeft.
Hans: Fons Dellen komt uit Zwolle Henk.
Henk: Ja, dat wel ja. Wat dat betreft hebben bands die in Amsterdam zitten een grote voorsprong, wat publiciteit betreft sowieso, op andere groepen.
DJ: Gek dat je het zo koppelt aan publiciteit. Ik begrijp het wel, maar je zou ook kunnen zeggen, het heeft de beste sfeer om op te treden.
Henk: En de meeste gelegenheden om op te spelen. Ik denk ook dat de meeste bands in Amsterdam zitten om de sfeer.
Hans: Dat is ook pas sinds kort, dat in Amsterdam op elke avond een band te zien is. Een aantal jaren geleden was de Groningse scène best belangrijk. Het is afhankelijk van het klimaat van de stad, niet van de stad zelf.
DJ: Hoe ontwikkeld zich dat dan, wat is daar voor nodig?
Hans: Dat er op een gegeven moment mensen, min of meer op eigen houtje, bandjes gaan halen in hun cafés, zaaltjes, gangkasten tot aan de Pandora’s. Hoe meer initiatief hoe beter. Je kunt in Amsterdam iedere avond naar een band gaan kijken. Dus dat betekend dan ook een vruchtbare bodem voor muzikanten om aan het werk te gaan en het podium op te stappen.
DJ: Werkt dat ook op elkaar? Is het dan ook zo dat het bandjes animeert om juist dat te doen wat je nu noemt? Als je een scène hebt wat bandjes animeert, bandjes animeert de scène, werkt dat wisselwerkend?
Hans: Dat denk ik wel. Elke stad heeft ontzettend veel bandjes. Ik wet de juiste aantallen niet, maar er zijn ontzettend veel bandjes in Nederland, dus er zijn ontzettend veel bandjes in Amsterdam. Als je maar één podium in de stad waar kleine, alternatieve bandjes pelen, dan is het dringen geblazen. Dus als er elke dag van de week een podium vrij is kan het zich veel beter ventileren en is het aanbod veel groter en dus de kans om door te breken.
DJ: We zijn deze uitzending begonnen met een opmerking over de jaren 60. We gaan er uit met een nummer van The Byrds uitgevoerd door Fatal Flowers, It Won’t Be Wrong.

It Won’t Be Wrong

Henk was te gast bij VPRO Moondogs

terug naar de media pagina