Nieuwe Revu augustus 1989 MEDIA

TERUG IN AMERIKA

Commentaar kregen ze: Van 'Er zit weer power in' tot 'It’s real American rock 'n' roll, man. The Fatal Flowers in Amerika. Het verslag van een drietal optredens in de nieuwe bezetting en het verschil tussen New York en Appelscha. "Jongens; ik heb hier iemand van Mercury Records die jullie even wil ontmoeten."

The Fatal Flowers zijn opgegroeid met Amerikaanse muziek. Ze vinden het dan ook bullshit dat de radio in Nederland en Europa nog steeds beheerste wordt door oude hippies die nog steeds leven met het idee dat je zwart en blind moet zijn als je de blues wilt spelen. Dezelfde scene dus die er vanuit gaat dat Nederlanders geen rock ‘n’ roll kunnen spelen. Een scene die totaal voorbij gaat aan het feit dat de mensen die tegenwoordig levendige gitaarmuziek spelen op diezelfde radio nooit iets anders gehoord hebben dan Amerikaanse muziek. The Fatal Flowers zijn niet opgegroeid met Eddie Christiani maar met Jimi Hendrix. Dat ze dan zelf ook dergelijke muziek maken is niet meer dan logisch. “Ik vind het zo’n bullshit als ze zeggen dat we Amerikaanse bands proberen te imiteren,” zegt Richard Janssen, zanger en gitarist van The Fatal Flowers “TE IMITEREN? Sommige bands die je hier ziet, mochten willen dat ze zo konden spelen.”
Dit is dus New York. En The Fatal Flowers zijn hier vanwege het tiende New Music Seminar, een jaarlijks terugkerende muziekgebeurtenis met een beurs, panels en veel, heel veel optredens in de talloze clubs die deze stad rijk is. De groep is er inmiddels voor de derde keer en het geeft ze een goed gevoel om back in town te zijn. In zekere zin een gevoel van weer thuis te zijn. Niet omdat hun laatste elpee, Johnny D. is Back, 120 kilometer verderop in het legendarische Woodstock opgenomen is en niet omdat ze zogenaamd Amerikaanse muziek maken. Maar gewoon omdat hun muziek hier veel geaccepteerder is. Rock 'n' roll is hier de afgelopen dertig jaar toch bijna volksmuziek geworden. "En dat kan je merken," zegt Richard Janssen. "Als je in Nederland een oudere man zou vragen naar popmuziek, zou hij er niet veel van af weten. De meest oudere mensen hier, niet dat ze het draaien of zo, weten echt wel wie Bruce Springsteen is. Vorig jaar hebben we een keer in een klein blues café gespeeld. Keek je naar 't publiek, dan waren die echt van middelbare leeftijd of zo. Ik denk dat rock 'n' roll bij veel bredere lagen van de bevolking leeft. Het is niet specifiek een jongerencultuur."
In New York is ieder optreden belangrijk voor The Fatal Flowers. De spanning in de kleedkamer van de club Jammin', voor de eerste presentatie, is groot. Na tweeëneenhalve lp en vier jaar toeren in Nederland willen ze verder. Bovendien is de groep op zoek naar een platenmaatschappij. Officieus staan ze nog onder contract bij WEA, maar die maatschappij heeft zelf al gezegd dat hun hart niet bij het Nederlands produkt ligt. Dus waarom zouden ze daar blijven. Wat dat betreft kan het New Music Seminar, omdat iedereen die wat te vertellen heeft in de muziekindustrie hier is, misschien uitkomst brengen. Het zwijgen in de kleedkamer na het optreden in Jammin' is hartgrondig. Het optreden was kort, te kort. Vooral omdat het begin klote was. Richard Janssen zong het eerste nummer uit volle borst, maar niemand kon hem horen omdat de microfoon niet goed aangesloten was. "Dan sta je toch mooi voor Jan Lul." zegt Richard Janssen enigszins geïrriteerd. "Ik heb dat vaak genoeg bij andere bands gezien om te weten hoe dat is. Bij een normaal optreden van anderhalf uur is dat nog op te vangen. Nu, bij zo'n set van een half uur maak je dat niet meer goed. De sfeer en de geladenheid is weg en dat wil je goedmaken door harder en sneller te gaan spelen. Dan gaat het van kwaad naar erger. Het publiek merkt dat nog niet eens zo maar als groep verlies je de controle. Dit zijn dan ook niet de optredens waar ik voor leef. Is toch een beetje examen doen. Lukt 't dan is het hoogtepunt hoger, lukt 't niet is het dieptepunt dieper. Zoals nu. En als zanger voel je dat toch tien keer zo erg. Dan kan je ook geen stapje terug doen. Je staat bij die microfoon en dat is het." Richard Janssen is even stil en zegt dan: "Godzijdank hebben we nog twee optredens te gaan."
Hoewel ze het zelf een te kort en onbevredigend optreden vonden, is er direct na de set van Amerikaanse zijde toch belangstelling voor de band. Bassist Geert de Groot en Richard Janssen doen een interview. Michel Schoots, drummer van de Urban Dance Squad, een andere Nederlandse band op het New Music Seminar, feliciteert drummer Henk Jonkers met het optreden. Natuurlijk van Henk Jonkers, de meest fysieke drummer die er is -volgens Schoots 'Te geeek' om te zien -maar vooral van de line-up van de band. Volgens hem is het de beste combinatie sinds jaren: "D'r zit tenminste weer power in, man." zegt hij tegen Henk Jonkers. "Overtuiging. Net als vroeger." Volgens bassist Geert de Groot is dat een van de grote verdiensten van de nieuwe gitarist van de groep, de achttienjarige Robin Berlijn. "Robin kwam heel anders in de groep dan ik. Ik was verbaasd. Stil. Ik wilde eerst de kat uit de boom kijken en dacht van alles dat ik zag: zal wel zo horen. Robin helemaal niet. Die bemoeit zich direct met alles. Is ook heel actief bezig met nummers schrijven. Met mij ging dat moeilijker. Ik kwam er na zes maanden pas achter dat ik dingen anders wilde. Moesten ze daar weer aan wennen. Maak je het alleen maar moeilijker voor jezelf."
Robin Berlijn had zich al aangemeld bij The Fatal Flowers toen ze nog gewoon over een gitarist beschikten. Hij had zijn naam ingesproken op het antwoordapparaat met de boodschap dat hij bij de groep wilde. En toen de band later echt op zoek moest, hadden ze allemaal zoiets van: laten we die gek ook maar even bellen. 120 gitaristen meldden zich aan. Veertig deden auditie en moesten drie nummers spelen waaronder het simpele drie akkoorden-nummer Helpless van Neil Young. "Grappig om te horen hoeveel mensen er toen gierend uit de bocht vlogen," zegt Henk Jonkers. "En dan had je gerenommeerde namen die meteen over geld begonnen. Die vielen dus direct af. Ik ben dertig en heb nog geen gulden verdiend. Met muziek valt niets te verdienen."
Van de 120 gitaristen bleef dus Robin Berlijn over. Het is zijn eerste band. "Ja." zegt Berlijn. "Ik heb 't getroffen. Nou? So what? Ik heb mijn hele leven niets anders gewild. Kijk, die jongens hebben twee goede gitaristen gehad. En nu ben ik er." Henk Jonkers vindt dat de band het ook getroffen heeft met Robin Berlijn. "We zochten iemand die helemaal meedoet. Niet iemand die er alleen maar is om zijn solo's te spelen. We hebben het er met Robin in het begin ook veel over gehad dat hij dat vooral niet moest doen." Richard Janssen: "Dit is de beste band die we ooit gehad hebben. Nu zijn het vier mensen die door elkaar heen staan te schreeuwen in plaats van dat er een paar af staan te wachten. Te gek. Uit conflicten komen de beste dingen voort." Vanavond speelt Johnny Thunders in de Catclub, dezelfde club waar morgen The Flowers spelen. Het is een mooie, grote club en er zijn veel mensen. De bandleden zijn het erover eens dat ze een slechtere club hadden kunnen treffen om te spelen. De stemming stijgt nog als The Cult en Joey Ramone vaste klanten blijken te zijn maar daalt naar een dieptepunt als Johnny Thunders eenmaal speelt. Buiten Jimmy Page had Robin Berlijn al niet zoveel helden maar na dit optreden, dat ze niet tot het einde uitkijken, is hij er weer een kwijt. De volgende dag is het stil in de Catclub. De stoeltjes staan opgestapeld, de vloer is gepoetst en het stinkt naar verschraald bier. Het management en de geluidsman, bijgestaan door de podium-manager van de Nits, bouwen de installatie op. Het wachten is op The Fatal Flowers. Ze zijn de stad in om spijkerbroeken te kopen en arriveren te laat. De begroeting met de rest is koel. Het geluid is niet in orde dus wordt het wachten. Zoals zo vaak lijkt het alsof Richard Janssen er niet echt is. Terwijl de anderen hun spullen in orde maken, staart hij wat voor zich uit en zingt hij wat in zichzelf. Iedereen is gespannen voor het optreden van vanavond. Als toetsenman Cor Willemse klaar is met zijn instrument vraagt hij, zoals zo vaak, of Richard wil schaken. Janssen haalt het schaakbord uit zijn gitaarkoffer. Er worden opmerkingen gemaakt. "Terwijl de rest zich weer op zit te fokken." zegt Janssen op dicterende toon, "zitten Richard en Cor te schaken. Met als mooiste moment dat Cor weer alle steentjes door de ruiten gooit." Geen reactie. Berlijn speelt gitaar, Henk stemt zijn drumstel en De Groot luistert niet eens. Cor Willemse moet Janssen zeggen wanneer hij aan zet is. Zelfs bij het schaken dwaalt hij constant af. Onderwijl geeft de installatie nog steeds alleen maar een diep laag gebrom.
In de Catclub is verder niets geregeld voor de groep, geen koffie, geen broodjes, geen bier. "Weet je dat ik de band een eetcultuur heb bijgebracht." zegt Geert de Groot opeens, waarschijnlijk van de honger. "De eerste keer dat ik met de band uit eten ging, nam ik een forel. Sindsdien zijn we beter gaan eten." Hij vindt de bijnaam Febo Flowers, die de band in het circuit heeft, dan ook volkomen misplaatst. "Als we in de oefenruimte zitten, kookt mijn broer altijd voor ons." zegt Geert. "Die is overtuigd macrobioot. Die haalt zelfs zijn aardappels nog niet bij de supermarkt. Eerst gingen we altijd naar de Mensa, nu eten we samen met hem. Is voor ons ook goedkoop. Eten is ook een goede break als je in de oefenruimte zit. Gaan we daarna even biljarten. Maar het is niet alleen maar lachen bij ons. Wat dat betreft gaat het er bij ons anders aan toe dan bij andere bands. Hard werken is voor ons de enige manier om professioneel bezig te kunnen zijn." The Fatal Flowers werken echt hard. Vier maanden per jaar toeren ze, de rest zitten ze in De Domme Lul, zoals ze zelf hun oefenruimte annex studio noemen. Ze werken samen, eten samen en hebben geen leven naast The Fatal Flowers. "Bijna niet," zegt Richard Janssen. "What you give, is what you get. Toch is het niet zwaarder dan ander werk. We zitten vaak in de D.D.L. en dan spelen we twee noten en doen we verder niets. Het gaat meer om de bereidheid dat je zeven dagen per week beschikbaar moet zijn. Ik kan dus niet zeggen dat ik met mijn vriendin naar het strand ga. Dat gaat dus niet."
"Hoe harder je werkt, des te harder vind je dat het zou moeten," zegt Henk Jonkers. "Dat heb ik tenminste. Als ik veel werk, heb ik ook moeite om te ontspannen. Vroeger kon ik zo maar twee dagen op het strand liggen. Nu niet meer. Op vakantie gaan, zonder gitaar, dan voel ik me ongemakkelijk. Hetzelfde als in een huis zitten zonder instrumenten. Dat vind ik ook vervelend." Hard werken voor geen geld, dat is het leven van een Flower. Het zijn beroepsmuzikanten maar ze kunnen er niet van leven.
Met de royalty’s die ze van hun platen krijgen, zijn ze nog steeds hun opnamekosten aan het afbetalen. Geld van optredens steken ze terug in materiaal voor de studio of instrumenten. Alleen als ze op toernee zijn, hebben ze voldoende aan een aanvullende uitkering. Anders lopen ze volledig bij de Sociale Dienst. Hard werken voor geen geld. Geert de Groot wordt er weleens ziek van. Hij heeft ook wel eens zin uit te gaan eten, naar de bioscoop te gaan en dan door te zakken. Maar dat kan gewoon niet. Richard Janssen interesseert het niet "Meen ik echt," zegt hij. "Ik leef al jaren van 't absolute minimum. Maar dat absolute minimum in Nederland, daarover heb ik niets te klagen.
Ik heb te vreten, een dak boven mijn hoofd, een douche, een TV. Ik heb de gitaren die ik wil, de versterkers die ik wil. Wat zal ik moeilijk doen? Een bepaalde erkenning daarentegen vind ik wel belangrijk. Daar werk ik in wezen voor. En we zijn tot nu toe altijd een stap vooruit gegaan. Het is nu inderdaad vier jaar later en ik heb nog steeds geen cent te makken, maar elke keer dat we een plaat maakten, hebben we meer geld gekregen. En elke keer als we wat wilden, is het gelukt. We wilden met Vic Maille werken (producer van de lp Younger Days, GL), is gelukt. Mick Ronson (gitarist bij Mott The Hoople, Lou Reed, David Bowie en Bob Dylan, GL) wilden we als producer van Johnny D. is Back. Is ook gelukt. Het is soms wel kruipen in plaats van rennen, maar iedere stap is tot nu toe duidelijk een stap vooruit geweest. Op het moment dat ik merk dat we een soort Vitesse aan het worden zijn, kap ik er direct mee. Dat vind ik geen leven. Je moet altijd vooruit kunnen blikken naar iets." Om zeven uur is het geluid nog steeds kut in de Catclub. Er blijft een brom uit de speakers komen. Toch moet er gesoundcheckt worden. Het kan niet anders. Om acht uur haasten ze zich naar het hotel om nog wat te rusten en te douchen. Om elf uur staat het optreden gepland. Om half een 's nachts staat het gezicht van Richard Janssen weer zorgelijk. De hoofdact van vanavond is RU Ready en die moeten nog beginnen. The Fatal Flowers spelen pas daarna. Lullig want ze hebben veel mensen uitgenodigd. Veel mensen zijn ook geweest, maar die zijn alweer weg. Die weten dat het minstens twee uur wordt. Als The Flowers op het podium staan, is het twee uur en is de Catclub nog maar halfvol. Maar de juiste mensen zijn er wel. En ach, het dochtertje van Mick Ronson heeft twee plastic bloemen meegenomen die meedansen op het geluid en die zet ze op de piano. "Kijk, die ene doet de boogie," zegt ze. "En die andere is net als mijn vader. Die staat alleen maar met zijn hoofd te zwaaien." Het concert is geladen, heftig, agressief en goed. Alle frustraties worden weggespeeld. Achteraf in de kleedkamer zijn The Fatal Flowers uitgeblust en moe. De spanning is weg maar ze zijn er niet vrolijker op geworden. De complimenten zijn niet van de lucht maar echt opbeuren kan het ze niet. "Mensen ik kom jullie even complimenteren," zegt Tjerk Lammers, een Hollandse correspondent uit Los Angeles. "Ik ben helemaal uit mijn bol gegaan." "Had je ook wel de ruimte voor," zegt Henk Jonkers.
"Jongens, ik heb hier iemand van Mercury Records die jullie even wil ontmoeten. Kan ik hem in de kleedkamer halen?" vraagt het management.
"Zeker die man met dat gehoorapparaat." zegt Richard Janssen.
Bon Greens, de producer van Mick Ronsons laatste lp, komt de groep feliciteren. En Ronson zelf natuurlijk. "Zo strak. Zo goed. Zo anders dan de vorige band. Goed. Fantastisch. Zo verfrissend. Heb je Joey Ramone gezien? Die vond het ook helemaal te gek."
Glenn Richard van WSMH, een radiostation in Florida, wil een t-shirt en vraagt waar hij de eerste elpee op CD kan krijgen. Richard was al een fan. "Het heeft maanden geduurd voordat ik er achter was dat jullie uit Holland kwamen. Ik dacht dat het Amerikaans was. It's real American rock 'n' roll man." Richard Janssen kan het op dat moment allemaal niet schelen, wie wat vindt. Dan Reed Network, de Red Hot Chili Peppers, Joey Ramone, het zal allemaal wel. Zelf vond hij het niks. "Ik heb er schijt genoeg van," zegt hij. "Dat laatste optreden dat moet goed worden. Dan hebben we gelukkig ook niks meer met dat kut seminar te maken." De avond van Henk Jonkers is echter helemaal geslaagd als hij op weg naar de plee Joey Ramone tegenkomt en deze hem voorstelt eens samen een toer te doen. Niet dat Jonkers het echt serieus neemt, maar toch.
Gitarist Robin Berlijn heeft een interview. Hij weet niet voor wat. Hij weet alleen dat het niet lang schijnt te duren. "Hoef je dan alleen je levensverhaal maar te vertellen?" vraagt toetsenist Cor Willemse. Berlijn zucht eens diep. "Ach, wees toch blij jongen," zegt Willemse lachend.
"Ik word daar echt niet goed van," zegt Berlijn. "Al die mensen die vertellen hoe leuk 't was toen zij achttien jaar waren." Hun laatste dag spelen The Fatal Flowers in CBGB's, een club met een naam. Het New Music Seminar is inmiddels afgelopen. Het is de groep niet echt tegengevallen want ze hadden zich er al niet veel van voorgesteld. "Ik wist dat het organisatorisch een grote puinbak zou zijn." zegt Richard Janssen. "Nou, en dat was het ook. Het is moeilijk te zeggen of je er wat aan gehad hebt. Dat weet je pas over drie weken."
Het interieur van CBGB's ziet eruit alsof er net een kudde olifanten doorheen is gekomen, maar de soundcheck verloopt er vlotjes. Hoe laat ze vanavond spelen weten ze niet. Dat hangt er een beetje vanaf of er drie, vier of vijf bands zullen optreden, 's Middags is dat nog niet bekend. The Flowers maken zich er geen zorgen meer over. Ze pakken hun gitaren in en gaan terug naar het hotel. Ze worden wel gebeld als het tijd is om te spelen. Als ze voor CBGB's schuilend voor de regen op een taxi staan te wachten, zegt Jonkers: "Zou een mooie foto zijn met z'n vieren in de regen." "Doe ik niet," zegt Robin. "Wel." zegt Henk."
"Vampiers smelten in de regen," zegt Richard. "Wil ik weleens zien." Het gebeurt niet.
Voor het optreden is op de hotelkamer de sfeer voor het eerst echt ontspannen. Janssen repareert zijn gitaar en speelt een beetje. Berlijn heeft het over een 'vies, subtiel Mark Knopfler zeikgeluidje.' Jonkers heeft net gedoucht. Op TV is een honkbalwedstrijd bezig. Op de kamer is het een wirwar van snaren, kleding, instrumenten, koffers en lege bierblikjes. De fles Jack Daniels staat onder handbereik. "In New York is het toch anders spelen dan in Appelscha," zegt Richard Janssen. "In Appelscha heb je minder te bewijzen, daar heb je je alleen hoog te houden. In Appelscha weet je wat je kan verwachten met een optreden. Hier niet. Dat was de eerste dagen even omschakelen. In Nederland is alles goed geregeld. Je weet hoe laat je speelt, dat het geluid goed is. Daar moesten we hier even aan wennen. Toen ik tien jaar geleden, tijdens de punk-explosie, begon met spelen, was CBGB's het helemaal. Daarom heeft die tent zo'n naam. Nu sta ik er zelf. Maar op het moment dat ik er stond te soundchecken, was dat gevoel helemaal weg. Werd het opeens een te klein podium waar ik m'n versterker niet goed kwijt kon. Werd het opeens een club. Maar als ik er straks eenmaal weer sta, komt dat gevoel wel weer terug. Denk ik." Een roffel met drumstokken op de deur. Het is twaalf uur, volgens Jonkers tijd om te gaan.
Het optreden in CBGB's is het beste concert van The Fatal Flowers in New York. "This is nice, you know" zegt Janssen dan ook door de microfoon na vier nummers. Henk Jonkers was in topvorm. Na het optreden zijn er dan ook veel Amerikanen die kennis met hem willen maken. "Of je bij Bon Jovi wil komen spelen," grapt Janssen, "'t Was echt schijt geweest als het publiek hier in deze club het niet goed gevonden had," zegt hij.
Henk Jonkers vond het ook het leukste optreden. "Ik ga nog steeds uit m'n dak bij een goed optreden," zegt hij. "Is de beste drug die er is. Ik zit nog steeds helemaal weg te spacen als ik midden tussen dat keiharde geluid zit. Is hetzelfde als je met de koptelefoon naar je favoriete muziek luistert. Maar dan is de kick drie keer zo groot omdat je het zelf maakt."
The Fatal Flowers nemen afscheid van New York. Als ze op Schiphol aankomen, moeten ze daar douchen en direct door naar het volgende optreden, de volgende soundcheck. Waar? In Andijk.

Bron: Gerrit Lijffijt, Nieuwe Revu 3-10 augustus 1989

terug naar de media pagina