Nieuwe Revu 14 juni 1990 MEDIA

FATAL FLOWERS IN BERLIJN

Die Beatkapelle aus Holland

Omdat Nederland toch wel loopt en Amerika nog te ver weg is, toeren de Fatal Flowers vooral veel door Europa. Nieuwe Revu volgde de Amsterdamse band voor, tijdens en na hun concerten in Oost- en West-Berlijn.

Zo en wat hebben we hier. Allemaal uit Nederland?" De West-Duitse douanebeambte doet niet moeilijk. De Beatkapelle aus Holland moet vijftig meter doorrijden en bij zijn Oost-Duitse collega een visum halen.
In de bus van Fatal Flowers zitten vijf muzikanten, een geluidstechnicus, een licht-technicus, een zakelijk begeleider, een fotograaf en een journalist. En een hond. Die moet ook zijn paspoort laten zien, maar heeft geen visum nodig. Vroeger was Checkpoint Charlie een grimmige vesting, tegenwoordig nauwelijks hinderlijker dan een stoplicht op de snelweg. De walkmans blijven op de hoofden en spelen - om het laatste restje symboliek van de situatie te redden- Gene Vincent, Lenny Kravitz en Miles Davis, grensverleggende muziek. Wat is er zo bijzonder aan Berlijn? Niet veel meer, eigenlijk. Bij de Brandenburger Tor is de muur geheel verdwenen, weg, een herinnering. De Tor zelf staat in de steigers voor een grondige opknapbeurt, ter voorbereiding op zijn toekomst als toeristisch trekpleister. Op het plein aan de Oost-Duitse kant verkopen marktlui Coca-Cola en hamburgers voor 'Westerse' prijzen. Onmiskenbaar niet-Westers is de alom aanwezige Trabant. Hij rochelt en hij stinkt. Boven Unter den Linden, de befaamde boulevard van Oost-Berlijn, hangt een blauwe walm. De Flowers hebben het snel gezien en stappen weer in de bus. Er wacht een optreden.

Ecstacy heet de club waar Fatal Flowers het eerste van de twee Berlijnse optredens uit hun Duitse toernee zullen doen. Niet zo lang geleden is de vierde plaat van de Amsterdamse rockgroep verschenen, Pleasure Ground. Omdat Nederland toch wel loopt en Amerika nog steeds erg ver weg is, wil de groep zoveel mogelijk in het buitenland (Europa) spelen. Direct na de Nederlandse toernee is men naar Noorwegen vertrokken en toert aansluitend voor drie weken door Duitsland. De eerste week zit erop wanneer het gezelschap op een zonnige maar benauwde middag in West-Berlijn arriveert.
Ecstacy is een jeugdcentrum in wat vroeger een statig herenhuis moet zijn geweest. In de vijver op de binnenplaats drijven een groenige drab en lege bierflessen. Binnen zijn de concertzaal, een aanpalende bar, de disco in de kelder en een enorm videoscherm. De bar schenkt vele soorten vruchtensappen en de maaltijd is ongevraagd vegetarisch. De affiches verraden dat in Ecstacy het soort rockgroepen speelt dat ook in het gemiddelde Nederlandse jeugdcentrum kan worden aangetroffen: jong, extreem en hard.
Het eerste wat in de kleedkamers opvalt is de graffity op de muren. 'Fatal Flowers? Sie sind wankers. Stelletje NICHTEN!! Afz. Claw Boys Kut' staat er te lezen. Een vriendengroet van de Amsterdamse collega's Claw Boys Claw.
In november 1989, kon nadat de Muur was opengegaan, publiceerde een west Berlijns tijdschrift de volgende omslag: een vrouw, aan haar kleding herkenbaar als Oost berlijns, met een komkommer in haar handen. Daaronder de tekst: 'Mijn eerste banaan!' Een beetje cynisch misschien maar treffend, zoals Jürgen illustreert. Jürgen is een Oost-Duitse journalist, werkzaam voor een radiostation, en hij interviewt zanger Richard Janssen terwijl deze een kapot contact in zijn gitaar soldeert. Jürgen kent Westerse rock voornamelijk van de platen die er via het Oost-Duitse staatslabel Amigo zijn verschenen, Kiss en Bon Jovi bijvoorbeeld. Zijn kamer in Oost-Berlijn kost hem 33 Mark per maand. Een schijntje, maar voor een brood betaalt hij 5 Mark. Jürgen vertelt dat veel West Berlijnse jongeren naar Oost-Berlijn verhuizen maar in het Westen blijven werken. De huur is laag, er staan veel woningen leeg en Duitsers kunnen vrij reizen. Van de Westerse prijzen is hij wel geschrokken. Hij realiseert zich dat zijn huur binnenkort zal stijgen Alles is nieuw en verwarrend. Verwarrend - het woord ligt hem voor in de mond. Voor het optreden hangen de Flowers aan de biljarttafels in de bar en worden geïnterviewd door het plaatselijke a TV-station RIAS. Er is in Berlijn veel belangstelling voor de groep, wat ook blijkt uit de opkomst voor het concert. Niet gehinderd door gebrek aan zelfvertrouwen en geïnspireerd door een volle zaal gaat de band er vol tegenaan.
Ster van de show is de 18-jarige gitarist Robin Berlijn die als een gelouterd rock 'n' roll-dier over het toneel walst, terwijl hij liefdevol de ene na de andere gemene riff uit zijn gitaar ranselt. Wanneer Janssen de groepsleden voorstelt, krijgt Berlijn het meeste applaus.
Na afloop komt het Engelse voorprogramma vertellen dat ze hun oren niet konden geloven. De Flowers knikken bescheiden. Het was een goed optreden, het beste uit de Duitse toernee tot nu toe. "Zeg Richard, was je opgevallen dat je een meisje vooraan het podium helemaal plat had, op het hysterische af?" Daar heeft Richard niets van gemerkt "Ik kijk over de eerste rij heen. De zevende of achtste rij zie ik wel staan." Als om halfvier 's nachts de apparatuur weer is afgebouwd en in het busje geladen, vindt Janssen op het lege podium een rekening voor de gehuurde apparatuur. "Die gaat direct door naar de platenmaatschappij."

De volgende morgen zit het gezelschap achter zonnebrillen op een terras. Oorzaak: slaapgebrek.
De stad van burgemeester Walter Momper worstelt met een niet onaangename cultuurschok, de gedoodverfde hoofdstad van het herenigde Duitsland heeft ook een verkeersprobleem: te veel auto's. Daarnaast heeft Berlijn nog een ander probleem: zijn plotselinge populariteit. De stad kan de vloed van toeristen nauwelijks verwerken en er is een nijpend tekort aan bedden. In de week dat Fatal Flowers in West- en Oost-Berlijn spelen, vinden aan de Nederlandse universiteiten de hertentamens plaats. Veel studenten hebben dus vrij en zesduizend van hen zijn voor een paar dagen naar Berlijn gekomen. Een aantal van hen weet de Flowers te vinden, maar de Flowers weten geen bed te vinden. Na veel gezoek heeft de Duitse promotor slaapplaatsen geregeld in een morsig pension boven een sexclub waar live-shows worden gegeven. Wanneer de groep arriveert zijn de gasten verdwenen, maar erg rustig wordt het niet want om zeven uur ’s ochtends gaan de drilboren in het asfalt.
Op weg naar Haus der jungen Talente, in het Oostelijke stadsdeel, luistert Robin Berlijn op zijn walkman naar Gene Vincent. Dan duwt hij de luidsprekers op het hoofd van Cor Willems, toetsenman van de band en groep oudste.

Wie in Oost-Berlijn komt, waant zich met een tijdmachine teruggeseind naar het Berlijn van de jaren vijftig. De namen zijn al veelbetekenend en Haus Der Junge Talente blijkt in alle opzichten het tegendeel van Ecstacy.
Buiten, op de binnenplaats, staan tafeltjes en stoelen onder lommerrijke bomen waarin lichtjes zijn opgehangen. Binnen, in de hal, is een expositie van vrije impressies van het moderne leven. Het treffendste is een vel papier waar in een keurig geometrisch patroon de namen van multinationals zijn geschreven. De enige Oost-Duitse naam is Zeiss, de rest is Westers of Japans. Hier droomt men van een toekomst vol consumptiegenot, liefst wegwerp.
De concertzaal bevindt zich op de eerste verdieping en er is geen lift. Alle apparatuur moet met vereende spierkracht naar boven (en na afloop weer naar beneden) worden gesjouwd. Vegetarisch eten is eveneens een probleem. "Doet u ons maar een biefstuk-tartaar met boontjes zonder biefstuk-tartaar," zegt Richard Janssen in de kantine tegen de dienster, een grijzende mevrouw. "Dat kan niet," zegt ze. "Maar we betalen het gewoon alsof het met vlees was." "Dat kan niet. U kunt alleen bestellen wat op de kaart staat." Als compromis wordt de tartaar op een apart bordje geserveerd. "Heeft u misschien ook mayonaise bij de patat?" vraagt drummer Henk Jonkers. "Sorry, maar er is geen mayonaise." "En ketchup?" "Nee, ook geen ketchup." En ook geen Cola, maar daar staat tegenover dat het bier (glas van een halve liter) 1,16 kost en eenzelfde model limonade 0,74.
Tijdens het optreden wordt duidelijk dat alle Cola boven, in de zaal, wordt geschonken. Met tic wel te verstaan, voor een bedrag waarvoor ze op een Amsterdams terras nog niet eens de Cola solo willen serveren.
De Oost Berlijnse jeugd zit in kringen op de grond, in afwachting van de Duitse groep Fatal Flowers - zoals de groep op het enige affiche staat aangekondigd. "Wij komen uit Amsterdam," zegt Richard Janssen in zijn aankondiging, "en niet uit Duitsland. Amsterdam was Duits voor slechts vijf korte jaren." Die opmerking gaat verloren. Tijdens de eerste nummers blijft het publiek rustig, dan komt er beweging. Links in de zaal, op een verhoging, zit een stelletje uitgebreid te zoenen en blijft dat anderhalf uur volhouden. Achter in de zaal delen twee bebaarde jongens een joint. Men wacht af. Voor de toegift speelt de groep een lange improvisatie. Het ritme valt terug, de piano speelt jazz-akkoorden, de gitaren vallen bij en de groep komt weer uit op het refrein. Iedereen danst. Opeens lijkt het alsof de jaren zestig ieder moment kunnen beginnen.

Bron: Alfred Bos, Nieuwe Revu 14 juni 1990

terug naar de media pagina