Oor 7 mei 1988 MEDIA

Terug uit Woodstock

Jullie zijn moeilijk te interviewen, weet je dat?
‘Ja, dat weet ik.’
The Fatal Flowers zijn terug. Terug uit Woodstock waar ze samen met Mick Ronson de elpee Johnny D. Is Back, ontegenzeglijk hun beste, opnamen.
Waarom zo wantrouwend?
'Wantrouwend is wel zo safe.’
Johnny D. Is Back klinkt anders knap gedurfd. Er wordt harder gerockt dan van The Fatal Flowers verwacht kon worden, maar ook wordt gewaagde pathetiek geboden van een on-Nederlands hoog gehalte.

Einde februari stonden ze voor een fotosessie in de schrale kou aan een Amsterdamse gracht. Ze? The Fatal Flowers en Mick Ronson, die ter oriëntatie voor een weekje Nederland uit de States was overgekomen. Gezamenlijk zaten ze countrydeuntjes (o.a. Streets Of Baltimore) te spelen, toen ik ze in hun oefenruimte opzocht. The Fatal Flowers leken gespannen. Ronson (ex-Mott The Hoople, ex-Bowie’s Spiders Of Mars) maakte de gereserveerde indruk die een gedistingeerde rocker op leeftijd past. 'Nederlandse bands klinken live altijd wel hard, maar op de plaat komt de intensiteit doorgaans weinig uit de verf, hoe denk je dat probleem aan te pakken,' was de vraag. 'Dat is precies waar we het deze hele week over gehad hebben,' luidde het antwoord en Ronson trok er een verbeten gezicht bij.

WOODSTOCK
Drie dagen later vlogen The Fatal Flowers en Ronson naar New York, waarna per auto de 120 kilometer naar het landelijke muzikantendorpje Woodstock werd overbrugd. Ze werden ondergebracht in een door Ronson gehuurd huisje, waar de maaltijden verzorgd werden door een eveneens door Ronson ingehuurde dame. Vijf weken lang, zeven dagen per week, met een spaarzame onderbreking (waarover later meer), reden ze elke ochtend rond tienen naar de Nevessa-studio van Chris Andersen, ex-technicus van Todd Rundgren, die zijn voormalige woonhuis tot opnamelokatie had omgebouwd. Daar werkten ze dagelijks tot tien uur 's Avonds, samen met Ronson en een aantal door Ronson geronselde gastmuzikanten uit de omgeving (waarover eveneens later meer).
Richard Janssen, zanger-gitarist, tekstschrijver van alle songs op één na (Too Free) zegt: 'Woodstock zelf is heel klein, er wonen een paar duizend mensen, de bebouwing ligt verspreid door het hele dal, maar het dorpje zelf, daar kun je in vijf minuten doorheen lopen.'
Henk Jonkers, drummer, samen met Janssen componist van de meeste songs (hij schreef de tekst van Too Free): 'Het lijkt er een beetje op Scandinavië. Een Dal. Als je boven staat zie je allemaal bos, en beneden allemaal bomen en houten huizen, iets anders mag er niet gebouwd worden.
Een beetje zoals Canada er hij Lucky Luke uit ziet?
'Precies zoals Canada er bij Lucky Luke uit ziet.'
Henk: 'Er wonen daar veel muzikanten. De mensen van The Band wonen er, die traden ook wel op in de omgeving, daar zag je dan aanplakbiljetten van: Rick Danko en zo. En die bassist van Peter Gabriel, die kale, Tony Levin, die zijn nog een keer tegengekomen. Nou ja, en John Sebastian (ex-Loving Spoonful-TE) woont er en Bob Dylan heeft er een huis.'
Die lui willen daar nog wet eens jammen?
'In het dorpshuis, ja.'
Moesten jullie niet meejammen, dan?
Richard Janssen: 'Ben je gek, we zijn maar één avond naar het dorpshuis geweest. Het klinkt weinig opwindend, maar we hebben voornamelijk als kluizenaars geleefd. Opnemen is opnemen, het enige wat daar leuk aan is is het opnemen zelf maar verder is het zo saai als de neten. Het verschil met vorige keren dat we opnamen is dat we toen, registreerden, en nu creërden. De meeste nummers groeiden daar in de studio naar hun definitieve vorm. Dat hoor je misschien vooral af aan de ingetogenere nummers (bijvoorbeeld het zes minuten durende There Were Times-TE). In Nederland hadden we die nooit zo op de plaat gekregen. Want Nederland is het land van Doe Maar Gewoon Dan Doe Je Al Gek Genoeg. Terwijl nu juist een man als Mick Ronson er steeds maar op blijft hameren dat platen maken een kwestie is van overdrijven. Je moet alles overdrijven, omdat het anders een vlakke vertoning wordt. Dus als je iets pathetisch wilt doen, dan moet je dat ook gewoon doen. En niet met in je achterhoofd van oh, oh, wat zullen de mensen er weer van denken. Het feit dat je los bent van je directe omgeving, geeft je een enorme creatieve vrijheid. Je kon de nummers ter plekke elke wending geven die je wilde, en dan is zo'n muzikantendorpie natuurlijk helemaal makkelijk, want je trekt bij wijze van spreken zo een la kwalitatief hoogstaande gastmuzikanten open.'
Henk Jonkers: 'Zo ging het dus ook met John Sebastian. John Sebastian, dat was de buurman. Die woonde achter de studio. Samen met Chris, de eigenaar van de studio, maakte hij een radio-programma. Dus 's avonds als wij klaar waren met opnemen, moesten zij nog een programma in mekaar monteren. We hadden die man al vaak rond zien lopen, maar wisten bij god niet wie hij was. Wij wisten helemaal niet dat Sebastian in het dorp woonde. Op een gegeven moment wilden wij een mondharmonika in het titelnummer. Toen zei Mick: Dat kunnen we wel aan John vragen, misschien heeft die wel zin. Toen hoorden we pas dat John-de-buurman van z'n achternaam Sebastian heette.'
Richard: 'Idem dito voor de achtergrondzangeres, Ann Lang. Die was vroeger op tournee geweest met Joe Cocker en zit nu thuis met de kinderen, dus op pad kon ze niet meer. Maar die wilde graag zingen. En de kwaliteit die je dan krijgt ligt ook meteen op hoog niveau. Als zo'n zangeres binnenkomt heb je natuurlijk een bepaalde sound in je hoofd, melodieën, harmonieën. En dat vertel je haar, en dan is het ook onmiddellijk raak. Als wat je in je hoofd hebt ook in één keer gerealiseerd wordt, dan is dat wel kicken.'

GUERRILLA-SHOOTING
Spaarzaam waren de onderbrekingen in het opname-proces. Wanneer Mick Ronson met zijn eigen band moest optreden lag het werk stil. Henk Jonkers: 'Ik ben een keertje met hem meegeweest naar Connecticut, daar speelde hij in een achteraf-tentje met Ian Hunter. In het voorprogramma speelde een band met de toetsenist van Dire Straits en de bassist van Billy Idol. In een zaaltje ter grote van De Stip.'
Een andere onderbreking was het weekend waarin The Fatal Flowers naar New York reden om daar op Time Square en Second Avenue een video te 'schieten'. Richard: 'Daar hebben we 's avonds en 's nachts gedraaid. Typisch guerrilla-shooting, heel snel zodat niemand het merkte. We hadden de camera opgesteld in een busje en dan reden we daar de hele tijd rond, zagen een rustig plekje, sprongen uit de bus, filmden wat en net op het moment dat er mensen of politie aankwam sprongen we de bus weer in en gaven plankgas.'

JOHNNY D.
En waarmee kwamen onze jongens van Jan de Wit begin april terug uit het land van Uncle Sam en onbegrenste mogelijkheden? Met een verrassende plaat, die - in muzikaal opzicht - rijpheid en experimenteerzucht verraadt. Geen standaard rockplaat als voorganger Younger Days, maar een fascinerend spel van uitersten (heel hard en heel zacht), die onderling met elkaar werden verbonden door een centraal tekstueel thema. De schaduwzijde van de rock & roll, verpersoonlijkt in de gestalte van de oude rocker Johnny D.
Johnny D. is natuurlijk niet John Denver. Noch John Densmore, en 'helemaal niet' - zoals de verslaggever stellig meent - Richard Janssen, zijn geestelijke vader.
Van het eerste (titel)nummer tot het laatste (Dear Friends, waarin Johnny D. vanuit de hemel constateert dat zelfs zijn begrafenis slechte recensies oogst) gaat het om de andere kant van de medaille die de rockster van weleer in betere tijden kreeg opgespeld: de loze roem, de kritiek, een knagend naderen van de vergetelheid, onechte vrienden, liefdeloze groepies, failliete illusies.
Richard Janssen: 'Johnny D. is het soort popster dat niet meer in deze tijd past. Hij is niet echt een loser, maar een winnaar is hij al lang niet meer. Een loser is iemand die heel veel zelfmedelijden heeft, en dat heeft hij niet.'
Een soort kruising tussen Alex Chilton en Jamen Dean?
'Bijvoorbeeld. Maar er hebben heel veel mensen model gestaan voor Johnny D. En hoe meer mensen model staan, hoe groter het archetype wordt.'
Ik vind Johnny D. erg op Richard Janssen lijken. Volgens mij is hij Richard Janssen.
'Nou, dat is hij niet.'
Waarom zitten er in Johnny D. dan zoveel elementen die op jou van toepassing zijn.?
'Het is natuurlijk onzin te ontkennen dat er in elke tekst wel een aantal autobiografische elementen zit.'
Veel, heel veel autobiografische elementen. En duidelijker aantoonbaar dan voorheen.
'Ja, maar tegelijkertijd zit er ook een extreme hoeveelheid dingen in die ik uit mijn duim het gezogen. Alleen: het is natuurlijk niet duidelijk welke dat zijn. Dat blijft...eh...mijn geheim...'
In Dear Friends heb je het over een zekere Frank 'heading for the booze, he always hated me, why I never knew, but I'm sure that even my funeral is gonna get a bad review'. Dat is bijna letterlijk wat je vorig jaar in een OOR-interview over een bepaalde Volkskrantrecensent zei.
'Dat zou kunnen ja. Mijn inspiratie put ik natuurlijk uit de dingen die ik zelf meemaak, ja er dan blaas je dat open verzint er wat bij.'
Dat Johnny D. niet je autobiografie is, begrijp ik ook wel. Ik weet dat je het vervelend vindt op je uiterlijk beoordeeld te worden. Johnny D. heeft bepaald last van opdringerige dames, jij ook. Zit je daar mee?
'Dat is een groot woord. Maar je maakt maffe dingen mee, en die gebruik je als aanknopingspunt voor je teksten. En kijk, het leven is ontzettend oninteressant, en zelfs als je in een redelijk bekende band speelt in Nederland, dan heb je nog een vrij oninteressant leven. Dus wat doe je: je isoleert de interessante en rare aspecten, je blaast ze op en je verzint er van alles bij. Dan heb je tenminste iets. En de schaduwzijde van de rock & roll... dat is natuurlijk wat het aantrekkelijk maakt. Gewoon is maar gewoon, daar heeft niemand iets aan. En als je het bizarre opzoekt, zul je altijd dingen meemaken die je zelf niet leuk vindt. Maar vergeet nooit: je hebt ze zelf opgezocht. Zonder dat zouden wij weinig reden hebben om te spelen.'

SCHADUWZIJDE
Oneerbiedig gezegd is het duo Henk Jonkers en Richard Janssen het best te vergelijken met een stoomwals. Wat er in hun koppen zit, moet gerealiseerd worden. Allemaal volgens het principe what you give is what you get. Wie de carrière van The Fatal Flowers analyseert, kan niet om hun bewonderenswaardig koppige maar soms haast wereldvreemde wilskracht heen. Het is niet altijd even makkelijk hun gepantserde dadendrang te volgen.
In het verleden hebben mensen - binnen en buiten de band - het daar moeilijk mee gehad. Bassist Marco Braam stapte niet voor niets vorig jaar op het moment van doorbraak (Edison, hit met Younger Days, Pinkpop-optreden) uit de band om zich te laten vervangen door Geert de Groot en het feit dat gitarist Dirk Heuff langdurig overspannen was, zal alles te maken hebben met het feit dat bij The Fatal Flowers altijd druk op de ketel staat. Ook deze 'schaduwzijden in het eigen rockbestaan' lagen aan de bakermat van Johnny D. Is Back.
Richard: 'Het is niet echt een vrolijke plaat geworden en dat is logisch omdat het ook niet zo'n vrolijke tijd is geweest. We hebben door al dat gedoe meer dan een half jaar niet kunnen spelen. Dat was geen prettige adempauze. Anderhalve maand op Ibiza noem ik een prettige adempauze, een jaar in je oefenruimte zitten niet. Het was niet bepaald kicken, nee. Dat heeft wel consequenties gehad voor de plaat. A: het is niet leuk wat je meemaakte, B: je bent geen band die elke week op het podium staat, maar je zit te klooien in een oefenruimte, en hebt alle tijd dingen op te nemen, te experimenteren, en dan kom je op het soort nummers uit dat op Johnny D. Is Back staat. Niet nummers die je even bij een soundcheck hebt staan te bedenken. Dat is de technische kant ervan.
In 1985 verkondigden ze dat een band beginnen in Nederland makkelijk was. Je nam gewoon een uitkering en ging vijf dagen per week met elkaar in de oefenruimte zitten. Nu lopen de mensen van een grote platenmaatschappij heel hard voor ze en nemen ze een plaat op in Amerika - 'hoewel het muzikantenbestaan en de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde nog steeds hand in hand gaan.'
Richard Janssen: 'Ik vind het niet zo bijzonder wat wij gedaan hebben. Wat is er nu bijzonder aan vier gasten met een uitkering die de hele dag in een oefenruimte zitten.'
Het is bijzonder dat je steeds een doel bereikt, dat er nog steeds groei in de band zit. Dat je in staat bent een groot publiek te bereiken.
'Dat laatste vind ik inderdaad leuk. Er wordt in Nederland nog steeds gedacht dat als je bekend bent, je compromissen moet sluiten en binnen de kortste keren uitgekakt bent. Maar dat is domineepraat. Ouderlingengelul van mensen die nog nooit zelf een keuze hebben moeten maken. Veel bands die wij kennen, die kunnen ons gewoon niet begrijpen. Die zeggen: The Fatal Flowers zijn bekend, die hebben hun ziel aan de duivel verkocht. Domme dogma's die alleen vol te houden zijn door mensen die zelf nooit voor de keuze zijn gesteld. Dat zijn mensen die zeggen: als een platenmaatschappij mij een aanbod doet, dan doe ik het niet. Dat kun je makkelijk zeggen als je nooit zo'n aanbod krijgt. Als er werkelijk een bedrag wordt genoemd, dan wordt het pas echt.'
Herman Brood vindt dat Nederlandse bands aan zaterdagsvoetbal doen. Te weinig aanvallend spel. Te weinig wil om nummer een te zijn.
'Wij doen wel aan aanvallend spel. Het verschil zit 'm erin dat wij vleugelspelers zijn en Herman Brood een typische midvoor. Maar dat Nederlandse bands ontmoedigd zijn, en daardoor zo weinig aanvallend spel ten toon spreiden, begrijp ik wel. Want Nederland is gewoon een kloteland wat muziek betreft. Dat is zeker waar, het wordt hier nooit serieus genomen, vandaar dat het niet makkelijk is om het serieus aan te pakken. Want je wordt van alle kanten als een soort halve gek gezien. Kijk, het is nu 1988 en nu kun je zien dat bands als wij en Claw Boys Claw toch wel een zekere bekendheid hebben, die een jaar of tien geleden bands als Gruppo Sportivo en Vitesse hadden. Maar toen die mensen op het toppunt van hun roem waren liepen ze ook al zeker zes jaar de popscene mee. En het heeft tot nu geduurd, zeker tien jaar, dat er eindelijk weer eens bands uit zeg maar het alternatieve circuit doorbreken. Dus die ontmoediging kan ik me wel voorstellen.'
In hoeverre kunnen jullie je het veroorloven dat Johnny D. Is Back flopt?
Richard: 'Wat betreft onze platenmaatschappij kunnen we ons dat misschien niet veroorloven. Maar persoonlijk .., wel. Maar ik zit er niet echt om te springen.'

Bron: Oor, Tom Engelshoven

terug naar de media pagina