Oor 24 augustus 1985 MEDIA

GUATEMALA!
de FATAL FLOWERS Gitaar-Giro

Als je het vergaren van status binnen de Nederlandse popwereld vergelijkt met het beklimmen van een ladder(tje?), dan hebben de Amsterdamse FATAL FLOWERS al heel wat sporten genomen. En wel in verbluffend tempo. Ga maar na: in haar koud halfjarig bestaan treedt de band 35 keer op, wordt al na haar derde concert gevraagd te toeren in het voorprogramma van 'The Not the Ex-Rousers' (oftewel The Thought),doet daarop voor de VPRO-radio een sessie en kan als eerste van de Amsterdamse gitaarlichting bogen op een aanbieding van een grote platenmaatschappij.

Inmiddels ligt hun debuut mini-elpee (lovende kritieken spreken van internationale klasse) in de winkel. Geproduceerd door de van zijn werk met Blondie en Ramones bekende CRAIG LEON. Brutaalweg opgenomen in de legendarische Brittania Row Studios in Londen, Bovendien is inmiddels bevestigd dat de band in oktober op het Pandora-festival staat.

Time out for Holland. Voor het eerst in vier jaar poetst Henk Jonkers zijn drumstel. Bassist Marco Braam drijft de regisseur tot wanhoop door met zijn bokkesprongen telkens buiten 'de kaderrand van het mastershot' te geraken. Later bij de close-up geeft hij tot tweemaal toe de cameraman een zwieper met zijn basgitaar. Nee, geoefend voor de spiegel hebben ze niet. De broodheren van Music Box hebben die dag driekwart van de Amsterdamse gitaarlichting (Claw Boys Claw, L'Attentat, World War Rockers, Fatal Flowers) naar een Gooise studio gesleept. Lekker videoclipjes maken. Gitaarscene? Het krioelt van de spijkerpakken, bravoure hoofden en scherp toelopende laarspunten. Neo-hippies, psychorockers. Stoere fun vermengt zich met gÍne wanneer voor het oog van de camera ťn collegabandjes plus aanhang geplaybacked moet worden. In een tropische hitte (naar verluidt had travestiet Richenelle de dag te voren onder dezelfde lampen last van inbrandende make-up) vergt de opname van de Fatal Flowers-clip zes takes.
Het OOR-interview volstaat met twee takes, zo'n tweeŽneenhalf uur converseren voordat zanger Richard Janssen in een spontane eruptie eindelijk onthult wat iedereen allang wist; 'Wij putten uit de Amerikaanse r&r-traditie.' Voordat flarden en fragmenten uit dit verwarrend samenzijn hier de revue passeren eerst wat persoonlijke en historische gegevens. Fatal Flowers komt voort uit Awacs en Midnight To Six, twee Amsterdamse (post)punkbands. Midnight To Six op haar beurt was een voortzetting van The Pilots, ooit een Mod-band waarm Amsterdamse sixties/garage coryfeeŽn als Marcel Kruup van The Otherside en Marius Schrader, de nieuwe drummer van Claw Boys Claw, in de tweede helft van de jaren zeventig hun opwachting maakten. Fatal Flowers bestaat uit Richard Janssen (24 jaar, zang-gitaar, dropout van de Filmacademie), Dirk Heuff (26, gitaar, ex-loodgieter, ex-portier, ex-schipper), Henk Jonkers (23, heeft eigenlijk alleen gedrumd) en Marco Braam (23, bas/zang beŽindigde na een tienjarig jubileum vorig jaar zijn middelbare schoolopleiding. Hobby's: PTT, 'alles wat met brieven te maken heeft').
Einde titelrol.

TAKE 1
Lokatie: grasveld voor het Hilversumse jeugdhonk De Tagrijn.
Temperatuur: 3O C.
Sfeer: landerig.
Stemmen: Richard Janssen, Marco Braam, Tom Engelshoven.
Recorder loopt. Action!

Richard: Voor ons is alles nieuw. Wij hebben gewoon strontmazzel. Een jaar geleden hadden we tegen alles wat er nu gebeurt opgekeken. Nu is het heel gewoon.
Marco: Zoals dit gesprek bijvoorbeeld
Richard: Ik heb zes jaar in bandjes gezeten en het nooit verder geschopt dan een klein regeltje in een provinciaal dagblad. Het scheelt natuurlijk enorm dat we op het juiste moment met de juiste muziek komen.
TE: Heb je dat gevoel dan?
Richard: Dat gevoel heb jij volgens mij ook. Anders zou je hier niet zitten.

Richard: Het wordt nu zo voorgesteld alsof al die gitaarbands zo spelen omdat gitaarmuziek nu in de belangstelling staat. Onzin. Vanaf The Pilots heb ik me beziggehouden met muziek die sixties-georienteerde structuren had. De ene keer ging dat de punkkant op, dan weer de soulkant. Wij stonden twee jaar geleden echt geen New Order-achtige muziek te maken.
TE: Jullie muziek is vrij Amerikaans.
Marco: Amerikaans?
Richard: Amerikaans is ook Brits beÔnvloed.
Marco: Wat nou Amerikaans? Hoe kun je nou zo denken? Van: het komt uit Engeland, het komt uit Amerika. Het komt uit Guatemala!

TE: Vertel eens over de samenwerking met Craig Leon. Hoe ging het toe in die Londens Brittania Row Studios?
Marco: Het was een berekick! je staat daar plotseling in een vette vierentwintig-sporen studio. De gouden Pink Floyd-elpees hangen aan de muur. Heel maf. Heel inspirerend.
Richard: Craig Leon praat alleen in superlatieven. Het is of: Genius of Failure. 'Wow, I scream Genius over this,' riep hij dan, maar verder viel er best met hem te praten.

Richard: We hebben zijn hele mix afgekeurd. Kregen die opgestuurd, toen we weer terug in Nederland waren.
Marco: Kut met peren. Terug die handel.
Richard: Het lag aan communicatiestoornissen tussen Craig en ons. Wij hadden gevraagd of het live mocht klinken. Hij verstond daar naturel onder. Wij bedoelden juist vol en levendig!

TE: De plaat is minder rauw dan jullie live klinken. Was dat de bedoeling?
Richard: Nee, niet echt. We hadden gewoon te weinig tijd, zes dagen inclusief afmixen, om bijvoorbeeld met verschillende microfoonopstellingen te experimenteren. We hebben ook gebrek aan studio-ervaring.
TE: Er wordt nogal wat kritiek geleverd op de manier waarop Nederlandse producers werken. Het geluid van de meeste produkties haalt het niet bij wat je live te horen hebt gekregen.
Richard: Dat is een kwestie van geld. Wij hebben de mazzel dat WEA het geld op tafel legt. Als die andere bands geld hadden, zouden ze makkelijk platen kunnen maken die potentieel hebben om internationaal aan te slaan. Kijk, wij hadden het zelf van onze levensdagen ook niet kunnen betalen. Wij hebben f 900 op de giro staan.
Marco: Zoveel hebben we nog nooit gehad!

Richard: Wij zijn gewoon een gitaarband en dat hopen we te blijven.
Marco: Nou, daar moeten we het nog eens over hebben. Ik heb thuis zo'n Fairlight staan. Tja, erfenisje. Daar kun je leuke dingen mee doen. Ik heb er net wat scheten op in gespeeld. Taktaktak.

Richard: Ik ben totaal niet de sologitarist. Daar raak je een teer punt. Ik ken net genoeg akkoorden om een song te maken. Dirk? Die kan wel spelen. Het grappige is dat hij les heeft van Ferdi Karmelk (ex-Tee Set, ex-Brood), die is van voor de Punktijd. Daardoor heeft Dirk een ouderwets geluid. Terwijl de meeste gitaristen die nu rondlopen in de punk begonnen zijn en een soort Robert Cure-stijl ontwikkeld hebben. Dan is het heel moeilijk om plotseling over te schakelen naar een meer naturel-roots-achtige manier van spelen.

TAKE2
Lokatie: Amsterdams kraakpand. Klaslokaal/woonkamer van Richard Janssen.
Temperatuur: 19 C.
Sfeer: druilerig.
Stemmen: Richard Janssen, Marco Braam, Tom Engelshoven.
Recorder loopt. Action!

Richard: Invloeden? Byrds, Jimi Hendrix, Velvet Underground. Zeg maar een meng-vorm van wat die in '66/í67 presteerden. Kijk, voor al die Amsterdamse gitaarbands geldt dat de leden ongeveer een jaar of drie- vierentwintig zijn en de jaren zestig niet bewust hebben meegemaakt. De punktijd wel. Toen, zo na '77, begonnen de meeste muzikanten van nu in bandjes te spelen. En het is achteraf ook heel logisch. Als je in '78 covers van The Jam of Buzzcocks speelde zoog je onbewust invloeden van de jaren zestig in je op. De structuren waren hetzelfde, melodietjes, refreintje, korte songs.
TE: Ze noemen jullie Neo-hippies.
Richard: Dat vinden we leuk. Want het relativeert waar je mee bezig bent. Je begon zes jaar geleden, in een tijd waarin hippies afgemaakt moest worden - bij wijze van spreken. Je gaat gewoon door met de muziek die je wilt maken. En hups: je wordt Neo-hippies genoemd. Daar moeten we nu om lachen.
TE: Moeten jullie zo lachen?
Richard: Jazeker. Je zit in een Amsterdamse gitaartrend en daar wordt van alles over geschreven en jij weet hoe het echt toegaat. Zo'n advertentietekst die WEA bij onze plaat heeft geschreven: 'Alle nummers getuigen van een gedreven vakmanschap bla bla.' Nou, je moet ons eens in de oefenruimte zien klooien! Godsamme...
Marco: Of de pers schrijft: 'Het optreden was weer een waar evenement.' Terwijl jij op het podium staat en een E pakt en denkt: hoe heet dit akkoord in godsnaam ook al weer...
TE: Hoe zou het dan komen dat zoveel mensen jullie professioneel vinden?
Richard: Geen idee. In ieder geval kan WEA moeilijk schrijven dat wij een knullig bandje zijn dat geen noot kan spelen. Die moeten gewoon die plaat verkopen.
Marco: Maar Jan Vollaard had het in OOR ook over 'internationale klasseí. Dan gaat hij er onbewust van uit dat er een grens loopt tussen Nederlands en niet-Nederlands. Dat vind ik raar. Wanneer is muziek nou Nederlands? Volgens mij weet niemand wat 'internationale klasse' is. Een loze term.

Richard: Je zult mij niet horen zeggen dat die garage/gitaartrend de muziek is die de pop anno '85 gaat redden.
TE: Moet popmuziek gered worden dan?
Richard: Dat wel. Het is vreselijk slecht. De jeugd in het algemeen is momenteel een kleffe bende. Je kunt je toch niet voorstellen dat Koos Alberts het Nederlandse produkt van dit moment is! Niet alleen voor oude van dagen, maar juist voor de jeugd.
Marco: Nederland Muziekland. Daar staat de hele meute mee te deinen op BZN!
Richard: Ga eens in de Nederlandse clubs kijken. Dan kun je wel stellen: Popmuziek heeft z'n beste tijd gehad.
TE: Waarom zit je dan zelf in een popband?
Richard: Omdat ik het op dit moment leuk vind om te doen. Nederland is een welvaartsstaat. Je houdt je hand op en kan doen wat je wilt. Beetje nihilistisch misschien. Maar je gaat hier niet van de honger dood als je muziek wilt maken. In andere landen is dat wel zo.

TE: Jullie hebben gejamd met The Long Ryders.
Richard: Gejamd is een groot woord. We stonden samen op ťťn podium. Hebben You Can't Judge A Book By Looking At The Cover gespeeld. Sid Griffin, de zanger, riep: hup, het podium op. Kregen we allemaal een instrument om onze nek gehangen. Aardige mensen. Ze zeiden dat ze ons leuk vonden. Griffin noemde ons de nieuwe Q65.
Marco: Huppetee, grote vette kop in het Alkmaars Dagblad. De wereldberoemde Sid Griffin had gezegd. Fatal Flowers zijn de nieuwe Kjoe. Alles wordt zo vreselijk opgeblazen.

TE: Wat willen jullie verder nog?
Richard: Het buitenland. Liefst Engeland. Maar het zal wel BelgiŽ worden. Ha ha. Engeland is wel een uitdaging.
TE: Stel dat ik een Britse journalist was en ik zou je vragen wat je van de situatie van popmuziek in Nederland vindt.
Richard: Ik zou zeggen dat het vrij klote is. Dat er hier technisch redelijk hoogstaande muziek gemaakt wordt, die zelden of nooit aansluit bij wat in het buitenland gebeurt. De garagegolf is een bescheiden uitzondering.
TE: En als ik dan zou zeggen dat Nederlandse popmuziek het prototype van imitatie-cultuur is? Doe Maar: Nederlandse regae. Claw Boys Claw: Nederlandse Gun Club. Ik kan uren doorgaan.
Richard: Dan zou ik antwoorden dat Engeland en Amerika geen alleenrecht hebben op popmuziek. Dat je arrogant bent. In Nederland werd in '63 ook beatmuziek gemaakt. In '69 ook psychedelica. Alleen: het verkoopt internationaal marginaal en heeft daardoor minder invloed.
TE: En als ik nou volhoud dat het in ieder geval van weinig eigenheid getuigt dat jullie niet in je eigen taal zingen? Dat je gewoon Amerikaanse r&r-clichťs op een rijtje zet?
Richard: Ik vind Nederlands een vreselijke taal om in te zingen. En verder: wij putten toch gewoon uit de Amerikaanse muziek? Daar hoef je toch niets Nederlands aan toe te voegen?
TE: Nee.

Bron: Oor, Tom Engelshoven

terug naar de media pagina