VPRO radio juli 1986 MEDIA

Fons: Je hoorde Billy en Good Enough, 2 al wat oudere nummers uit het repertoire van de Amsterdamse groep Fatal Flowers. Samen met The World War Rockers, Blue Murder met Claw Boys Claw, L'attentant en nog zo wat van die bands zijn de Fatal Flowers vaak gerekend tot de Amsterdamse gitaarschool. Naast mij Richard Janssen, zanger/gitarist van de Fatal Flowers. Richard, wat is er terecht gekomen na 2 jaar van de Amsterdamse gitaarschool?
Richard: Nou, Claw Boys Claw heeft het op Pinkpop gered, dus dat is al een aardige prestatie. Blue Murder heeft een single in de, wat was het, Top 40 of zoiets gehad. Dus dat gaat ook al heel aardig. De rest van de bands zijn allemaal hard bezig. Ik bedoel, het nieuwe is eraf maar het geld komt eraan!
Fons: Hoe gaat het met de Fatal Flowers?
Richard: Het gaat met ons ook heel goed. Wij moeten dus nog een plaat opnemen. Dat gaat denk ik in juli ongeveer gebeuren en die komt dan in het najaar uit. En dan moeten we maar zien wat ervan komt. Het is voor al die bands nou een beetje erop of eronder. Of deze platen die ze nu gaan opnemen worden opgepikt of niet. En als ze niet worden opgepikt . . . Ja, ik denk dat je het dan wel zo'n beetje kunt vergeten.
Fons: De Amsterdamse gitaarschool is inmiddels al gebombardeerd tot de Amsterdamse gitaarmaffia. Ruzie, geroddel. Blue Murder tegen de Claw Boys Claw of andersom. Hoe moeten we dat bekijken?
Richard: Ja, god ik weet het niet. Wij houden gewoon van iedereen, dus dat scheelt ontzettend.
Fons: 'Wij houden van iedereen' zo'n opmerking heb ik sinds 1967 niet meer gehoord Richard. Fatal Flowers, de nieuwe hippies moet je dan vragen.
Richard: Nou, dan was ik een stuk rijker geweest als we de nieuwe hippies waren geweest. Ja, wat moet je daar van denken? Als je 10-20 muzikanten bij elkaar zet gaan ze het eerste halfuur op mekaars handen kijken wat ze kunnen. En daarna gaan ze er over praten, wat ze hebben. En ja, er is natuurlijk altijd een beetje afgunst tussen bands. Volgens mij als je die bands op een rij zet en je zet alle stijlen op een rijtje, dan zijn die zo divers. Dat volgens mij niemand mekaar echt beconcurreerd.
Fons: Misschien wordt het tijd om met die Amsterdamse gitaristen iets te gaan doen in de vorm van een Band Aid. Dat is erg in de mode tegenwoordig.
Richard: Dat lijkt me een prima idee. Band Aid en dan voornamelijk voor de bands die spelen waarschijnlijk.
Fons: Voor welk doel? Voor de bands die spelen?
Richard: Voor de bands die spelen. Het is een Band Aid laten we wel wezen.
Fons: Laten we voor we verder gaan met dit gesprek Richard nog even naar 2 nummers gaan luisteren van de Fatal Flowers die werden opgenomen in juni in de Melkweg in Amsterdam. Kondig ze zelf even aan.
Richard: Dat zoe ik graag doen. Ik ben alleen even vergeten welke het waren.

Fons: Fatal Flowers live in de Melkweg in Amsterdam. Opgenomen door de VPRO. Richard Janssen, zanger/gitarist van de Fatal Flowers kon zich het even niet herinneren. Maar je hoorde achtereenvolgens Ballroom en Gimme Some Truth, een nummer van John Lennon. Richard, John Lennon; favoriete songschrijver/muzikant van jou?
Richard: Nou onder andere. Het zijn er meerdere
Fons: Waarom nemen jullie een nummer op van John Lennon?
Richard: Nou om de reden die je net al zei natuurlijk. En ten tweede is het origineel behoorlijk anders, vooral ritmisch. Het idee kwam toevallig bij me op. Het is een typisch John Lennon-nummer. Echt heel bijtend en heel scherp. Dat had het origineel ook wel, maar op een iets andere manier muzikaal zeg maar. En wij hebben het iets veranderd.
Fons: De nummers die jullie zelf schrijven hebben naar mijn idee een neiging tot wat softer worden. Minder heavy werk.
Richard: Mmmh, ja nou. Daar zit wel wat in. Ik denk dat je als band altijd na een jaar, 2 jaar spelen iets veranderd en dat je dat ook wel gewoon moet doen. Aangezien wij in het begin als een hele heavy band zijn begonnen moet je daar op een bepaald moment gewoon doorheen breken. En dan heb je geheid als je een langzaam nummer speelt de eerste maat alleen maar 'harder en sneller' wordt geroepn uit het publiek. Maar daar moet je gewoon schijt aan hebben. Je gaat als band ook langer spelen. In het begin doe je een setje van een half uur. Dan is het 1, 2, 3, 4 raggen maar, een half uurtje. Maar als je een uur speelt dan kun je dat niet een uur volhouden. Want ja, ik bedoel na een half uur heeft het publiek het dan ook wel op een bepaald moment gehad. En als je dan eventjes een beetje breekt met langzamere nummers, ja. .
Fons: Zo'n nummer als Ballroom, een nieuw nummer van jullie. Dan zie ik jou echt op een eenzame zolderkamer op een herfstavond zo'n lied uit je gitaar en uit je pen toveren. Heb ik daar gelijk in, of?
Richard: Nee, daar heb je niet gelijk in. In dit geval is het een combinatie tussen de zolderkamers van Henk en de zolderkamer van mij. Maar ik denk dat je in zekere zin wel gelijk hebt dat je . . . maar ja wat is soft. Iedereen heeft natuurlijk een heleboel kanten aan zich. Niemand is alleen maar agressief of alleen maar een softie. Dus het ene moment heb je zin om de boel in elkaar te trappen en het andere moment dan is het inderdaad het ritme van de regen al ik maar zeggen.
Fons: Een band als Claw Boys Claw, komen we weer terug op die Amsterdamse gitaarschool, heeft het denk ik op het podium gemakkelijker. Omdat ze overwegend Rock & Roll, snelle punkmuziek bijna, spelen. Hebben jullie het moeilijker met langzame nummers?
Richard: Nou, het wordt natuurlijk wel wat moeilijker geaccepteerd omdat je toch een bepaald imago met je meezeult af en toe. Wat ik al zei, het wordt soms niet even gemakkelijk geaccepteerd. Maar daar moet je op een bepaald moment ook echt gewoon schijt aan hebben en gewoon doen wat je doet. Want ik bedoel. alle Amerikaanse bands die dan zogenaamd heavy zijn spelen ook allemaal langzamere nummers door hun set heen. Alleen daar wordt het meteen door geaccepteerd omdat het Amerikanen zijn. Maar van Nederlandse bands verwachten ze dan dat die een uur achter elkaar doorraggen. Ik denk niet dat wij het moeilijker hebben op het podium dan Claw Boys Claw. Iedere band heeft zo weer zijn eigen kruis om mee te dragen.
Fons: Laten we nog naar een nummer gaan luisteren. Misschien kun je er wat over vertellen? Het heet Kuntry.
Richard: Oh ja, omdat het nog geen titel heeft. Nou dat is voor ons wel een goed voorbeeld want dat was een nummer wat we eigenlijk de week voor dat optreden hadden geschreven. Nou ja, toen dachten we 'nu kunnen we in de Melkweg wel op safe spelen' maar we gooien het er gewoon tussendoor en dan kijken we wel hoe de mensen er op reageren. En als het goed gaat gaat het goed, en als het mis gaat gaat het mis.
Fons: Oke, hier zijn de Fatal Flowers. Werktitel Kuntry.

Fons Dellen interviewde Richard.

terug naar de media pagina